Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 337

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 337

Derde deel

2 minuten leestijd

ZOND.

man nu

ethisch

om

kwam jaar

staande te houden, dat

van

eere

voor de

Calvijn.

dien geest geleverd,

in

zi.jn

339

I.

op het zedelijk leven allen nadruk

recht betwisten,

het

XXXII. HOOFDSTUK

en wie zou

;

hem dan

hij juist

het nobelst op-

De vertoogen voor nu

tien en twintig

bekend, en het moet toegegeven, dat ze

by den eersten oogopslag veel schijn van waarheid hadden. Ze reageerden tegen een onloochenbaar die

ernst,

lijken

maar

alleen

geheel

kwaad

;

namen

ze

het terecht op voor den zede-

de Calvinistische Eeformatie gekenmerkt heeft;

ze dienden aan de kranken onder de Gereformeerden een zeer

verkeerd en hoogst gevaarlijk medicijn

omdat

toe,

ze den aard der ziekte

niet doorzagen.

waarmee aanvankelijk

Slechts zeer kort duurde dan ook de sympathie

de uitnemendsten, onder de Gereformeerde ethische

richting

echte

dat de

weer

richting

minder

begroetten.

Een oogenblik,

ja,

trilde.

Vooral in den eersten

het

waanden

zenuw van het Gereformeerde leven

hun philosophisch gewaad

in

belijders,

tijd,

opkomen

mannen dezer deze mannen nog

*

in de

toen

te voorschijn traden,

nauwer aansloten aan de uitdrukkingswijzen,

der

ze metterdaad,

en zich nog

die onder de Gereformeer-

den van geslacht op geslacht waren overgeleverd, beelden ze zich metterdaad

in,

dat deze godgeleerden weer frisscher en zuiverder wateren door

de oude bedding zouden doen loopen. De toenmalige Rotterdamsche dikant Chantepie de

la

woordige hoogleeraar Gunning, wekten o,

pre-

Saussaye, en zijn uitnemendste leerling, de tegen- > bij

hun

v..^

eerste optreden daardoor,

zoo schoone verwachtingen. Maar de begoocheling duurde niet lang, en

wie den afstand de

Saussaye

la

niet

meet, waarop de tegenwoordige hoogleeraar Chantepie

als theoloog

van

zijn

ken, juist

zagen.

Neen,

men had

kwam

die al spoedig lont ro-

in deze ethische richting in

opzicht met een ontwikkeling van ting

zoo rijk begaafden vader staat, kan

ontkennen, dat de kundiger Gereformeerden,

geen enkel

het Calvinisme te doen. In deze rich-

>

een streven aan het woord, waartegen heel Calvijns persoon

en werk protest indient. Deze richting dankte haar aanzijn aan de poging, om, na het bankroet van de doolgeraakte kennisse, een punt van vastheid, buiten

de kennisse om, in den wil te zoeken, en voorts onze Christelijke

belijdenis

van heid zij

achter een philosophisch gaas tegen den vernielenden invloed

giftige insecten te beveiligen.

Haar beroep op de

leer der

Dankbaar;

miste daarom, hoe goed bedoeld ook, alle innerlijke waarheid.

heiligmaking noemde, was geheel

ligmaking der

Schrift.

iets

En voor zoover

Wat

anders dan de Evangelische ze de klip

hei-

van het Verbond der

werken ontweek, verviel ze in een naturaliseering van het zedelijke leven, en mioest, om dit zedelijk leven te redden, zelfs de belijdenis van den

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 337

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's