E voto Dordraceno - pagina 259
ZONDAG over
zich
in
HOOFDSTUK
X.
omdragen, en het zich
weten opperbest, zoo er een moord zoo de rechter den moordenaar
is
schuld
als
247
VI.
toegerekend
zien.
Ze
geschied, dat het onrecht zou zijn,
En wat het gebruik der middelen aangaat veroordeelen ze zich zelven, daar ze toch in verreweg de meeste gevallen wel de middelen aanwenden, en die slechts nalaten in
niet
strafte.
bijzondere gevallen. Als er een steen van het dak valt en ze zien het,
ijlings terug, of wenden het gevaar af met hun hand; alleen de bliksem zou kunnen inslaan, achten ze het stellen van een bliksemafleider ongeoorloofd. Wat nu is dit anders, dan dat ze wel in
loopen ze
maar
als
den uitschietenden bliksem, maar niet in dien vallenden steen een werking Gods zien. En laat ze nu zelven oordeelen, of dit niet is Gods voorzienige uit de meeste gevallen van het leven opheffen. Het land zullen ze bezaaien; op een graanzolder waar ratten zijn een kat als voorbehoedmiddel zetten; een waakhond op hun erf plaatsen; als het vriezen gaat de kachel aansteken; zich dekken als het te koud is; en zoo op alle wijzen door middelen en voorbehoedmiddelen het gevaar wenden, om te bevriezen of te sterven van honger. Maar als ze nu ziek zijn, mogen er geen medicijnen gebezigd. Doch wat is ook dit nu anders dan dat ze wel gelooven aan de goddelijke voorzienigheid, die aan de sponde van den kranke waakt, maar niet gelooven, dat Gods hand evenzoo is in de koude, in den honger en in het gevaar voor hun graanzolder en voor hun erf. Want zeggen ze nu: wij gelooven wel dat ook in al deze
werking
dingen Gods Voorzienigheid werkt, maar desalniettemin gebruiken we de middelen die Hij op onze hand zet, zoo dient natuurlijk gevraagd, of
God
dezelfde
die de kat schiep
en den waakhond schiep,
God
niet die
staal
is,
om
om
ons tegen ratten op den graanzolder,
onze erve
bij
nacht
te beveiligen,
dan ook
die de chinine deed groeien tegen de koorts of in het
inschiep de kracht
om den
bliksem aan
te
trekken.
Met geen van deze beide buitenschriftuurlijke voorstellingen komt men dan ook verder. Ze deugen niet, en miskennen of Gods Raad en vrijmachtig welbehagen óf wel het samenstel gelijk Hij den mensch schiep, en de middelen die Hij voor den mensch verordend heeft. Om nu tot een juister voorstelling te geraken, beginnen we met een beeld
uit
het dagelijksch leven. Als er ergens in
hooping van kwaad bloed
zit,
uw
lichaam een opeen-
plaatst ge er een bloedzuiger op. Gij laat
dien bloedzuiger op die plek zuigen, in het minst niet uit zekere teerhartige zorg voor dat wormpke, opdat dit dierke zich eens aan een over-
vloedigen maaltijd van bloed vergasten zou, maar die plek
weg
te krijgen.
Maar
intusschen
is
om uw
boos bloed van
er bij dat dierke niet de minste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's