E voto Dordraceno - pagina 257
ZONDAG die
booswicht, die op
door
hij
Men
245
VI.
niet langer leven kon,
hij
er hier een tweede,
is
HOOFDSTUK
Raad aan dezen mensch 34 jaren levens had toegemeten, maar nu sterven moest. En ten andere
zijn
in
zoodat
X.
bijkomende of ondergeschikte oorzaak, t. w. in den aan dezen mensch het gif toediende, waar-
dit tijdstip
stierf.
vat dus aanstonds, dat met deze „tweede oorzaken" bedoeld zijn
wilsdaden van het schepsel. Bij deze schepselen denken we uitsluitend aan engelen en menschen. Zonder toch te willen ontkennen, dat ook een tijger die op den weg iemand bespringt en uiteenscheurt en zijn bloed zuipt, tot op zekere hoogte een tweede oorzaak kan zijn, weten wij te 6,e
weinig van de beteekenis, die de wil rekenen.
een wil
Hem
het dier heeft,
bij
om
hiermede
te
Van den engel en den mensch is het ons geopenbaard, dat zij van God ontvingen, en door dezen wil een tweede oorzaak, onder
den Hoofdbewerker aller dingen, in het leven kunnen roepen. Alle dingen die op den Christus gekomen zijn, zijn op hem gekomen naar den bepaalden raad en voorkennisse Gods, maar dit neemt niet weg, dat ook Pilatus en Herodes bedacht hebben deze dingen tegen Gods heilig kind te doen. En wat in dien zin van den mensch geldt, als
geldt ook van de engelen, met
we
lezen
optreedt,
gedurig
om
beproeven
in
name van de
en zoo
de Heilige Schrift, dat Satan als tweede oorzaak
in
een mensch
te verleiden,
plagen of aan
te
te
porren en
te
eenig kwaad.
Dit nu doet de vraag rijzen, hoe Drieërlei
gevallen engelen,
weg
we
ons
dit
slaan de kinderen der menschen
Vooreerst zijn
er,
hebben voor bij
te
stellen.
deze verklaring
in.
die Gods raad en welbehagen, Gods bestel en voor-
zienigheid eenvoudig prijsgeven, en de eigenlijke handeling haar oorsprong laten
nemen
in
's
menschen
vrijen wil. Zij
God
stellen
en mensch tegen
elkander over. Beschouwen den mensch en den Satan als vrije personen, die
zelfstandig bestaan, en allerlei dingen
denken zich nu God den Heere
uitvoeren.
En
Wezen, dat van
alle
bedenken
als een hoogheilig
en
deze menschelijke en duivelsche handelingen kennis neemt; inziet welke
gevaren er
kwaad
te
uit
zouden voortkomen; en nu tusschenbeide treedt om
alle
beteugelen en te regelen.
Sommigen, nog
iets
godvruchtiger
dan
spreken daarbij gebrekkiglijk van toelating.
deze
Ook
Pelagiaansche zij
geesten,
achten wel, dat de
handeling en de daad van den mensch en van Satan uitgaan, maar zeggen, dat God, die alwetend is, dit alles voorzien heeft, en nu vooraf bij zich
deze handelingen en daden Hij zou van Hij zou beletten. Wat Hij dan toelaat, laat Hij naar het oordeel van deze lieden toe, met een goddelijke bedoeling, zelven besloten heeft, hoeveel van
toelaten en hoeveel
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's