E voto Dordraceno - pagina 451
ZONDAG onze Borg heeft derhalve deze
moeten dragen. Maar, en
dit
HOOFDSTUK
XVI.
vijf
439
III.
volkomenlijk voor ons én
mag nu
nooit
verloren, bij Jezus ging dit dragen niet toe als
bij
ons.
onze plaats
in
een oogenblik
uit
Dit
het
kon moest
oog niet,
hadden er eeuwig onder moeten verzinken. Bij Hem alles in een spanne des tijds voleind zijn. Vandaar dat de volgorde der momenten een andere wierd, en dat met name hetgeen bij ons zijn zou de eeuwige rampzaligheid door Hem reeds voor zijn dood en in zijn dood geleden is. Denk aan het Lama, Lama Sabachtani. Was dus de Catechismus een geleerd, wetenschappelijk handboek, dan zou deze volgorde ook anders moeten genomen zijn. Maar dat is de Catechismus niet, evenmin als de Apostolische Geloofsbelijdenis. Beide zijn practische leerboeken voor het volk. En nu komt de zaak zoo te staan, dat de zondaar weet, ik moet tijden, maar Christus heeft geleden voor mij; ik moet in het oordeel en onder den vloek, maar Christus heeft oordeel en vloek voor mij gedragen; ik moet den dood sterven, maar Christus stierj den dood in mijn plaats; ik moet in den kuil van het graf, maar Christus is in het graf nedergedaald om mijnentwil; en eindelijk, ik moet in de eeuwige rampzaligheid indalen, maar Christus is ter helle
want
wij
nedergedaald voor
Aan de het in
mij.
practische vrucht voor ons
een bepaalde reeks voor ons
achtereenvolgens
te
Ook
is
te
dus de volgorde ontleend. Zooals volbrengen was, zoo wordt het
berde gebracht; en nu achter elk punt de kwijting
voor u volbracht door uw Heere met de begrafenis des Heeren. Het graf is somber, schrikt af en vervult met huivering. En terecht, want begraven worden, is terugkeeren tot het stof der aarde, waaruit we genomen zijn. Onze diepste vernedering. In dat lage, nauwelijks meetellende leem van den bodem onder onzen voet, waar de made en de worm zijn huishouding heeft, en waaruit wij zijn opgetrokken, waarboven we geheel verheven waren, waar we als menschen allen met de zool van onzen schoen aanraakten, in dat lage chaotische leven doet het graf ons wederkeeren. We worden er in ontbonden. Alles wat het onze was bederft en verweert er en wordt afzichtelijk. En eindelijk gaat de ontbinding en afslijting zooverre, dat soms ternauwernood nog een knekel of doodskop van ons te vinden is. Zeer natuurlijk schrikten de ouden oudtijds dan ook bitter bang voor dit indalen in den kuil terug. Het is zoo tegennatuurlijk Het is als een eerste afdalen van de bovenste sporten van de ladder, wier uiteinde onderaan de diepte der hel raakt. Zooals de glans des hemels ons naar boven trekt en wenkt, zoo doet een eeuwenlang besef ons de hel en haar
aangegeven.
En zoo nu
is
dat
is
het ook
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's