Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 192

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 192

Derde deel

2 minuten leestijd

194

XXXa. hoofdstuk

ZOND.

III.

vormen waren, waaronder de algemeene drang eeuwige en

oneindige

op

MacJit

tot

aanbidding van de

onderscheidene wijze voldoening

zeer

zocht.

Slechts hierin zondigde deze godsdienstwetenschap, dat ze deswege de

Heidenen verontschuldigde; voor de nawerking van den vloek der zonde oog had

geen

en niet besefte hoe

;

al

zulke schepselaanbidding, uit wat

oorzaak ook ontstaan of opgekomen, altoos

is

en

blijft

een hoon aan den

Heere der heirscharen aangedaan, een rechstreeksche overtreding van gebod en een gansch goddelooze miskenning van

zijn majesteit.

zijn

Een zonde

moet gezocht, dat de Heidenen tegen beter weten

alzoo,

die niet daarin

in, bij

manier van opzettelijk bedrog, voor een afgodsbeeld knielen, maar

van hun

in de verdorvenheid

God deed

hart, die de kennisse

loor gaan^ en uit de zondige

te

van den eenig waren

bewegingen en overleggingen

van hun bewustzijn deze afgoderijen ongemerkt deed opkomen. De godsdienstwetenschap

werdt zelve door een zondigen trek van het bedorven

hart beheerscht, en kan daarom voor deze diepe zonde der afgoderij geen religieus besef

meer hebben. En zoo

is

derijen niet langer als afgoderij dorst

het geschied, dat ze al deze afgo-

brandmerken, en ze ons

diensten" van lagere ontwikkeling heeft aangediend.

omdat we God moeten onze wetenschap ons

lief

En

mede nemen,

vrede dige

uit

te stellen

denen,

Zonde

en zoo ook tegen

blijft

hij

afkeuringswaardige

en

is

in de eerediensten der Hei-

schuldige

overtreding van

„afgoderij" niet een lagere trap van godsdienst,

godsdienst

naam van is,

dan ook geen

een lagere trap van heiligheid maar staat tegen heiligheid

'over;

den

er

zoodanig „afgoderijen" zien en geen „godsdiensten."

als

staat

van God

in

dat de dusgenaamde godsdienstwetenschap het zon-

wel waarlijk

is niet

niet,

hebben onder de tucht van het gebod en

de afgoderij wegcijfert, en

Gods gebod, en

als „gods-

nu mag

hebben ook met ons verstand, en dus ook

wet des Heeren. Uit dien hoofde kan een Calvinist

de

dit

over; en het

„godsdienst" alleen

en

al

is

maar

deswege dat ook de wetenschap

mag

geven, aan wat waarlijk dienst

wat tegen dien dienst des Heeren ingaat

als

zonde

heeft te brandmerken.

Nu

zou

het

zeggen, dat de is

niet aZ

uiteraard

ongerijmd

wezen, in dezen opgemelden zin

Rome's eeredienst,

te

Immers de Mis en ongetwijfeld vindt ge ook bij veel Room-

Roomsche kerk een kerk van

afgoderij

is.

sche priesters en leeken innige en wezenlijke verheffing der ziele tot den

Drieëenigen God. Maar voor wat de Mis aangaat moet wel terdege staande

gehouden,

dat

hierin

onverbloemde afgoderij sloop, en wel afgoderij in

geheel gelijken zin waarin

we

die

wraken by de Heidenen. Ook

hier toch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's