E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 219
Derde deel
ZOND. XXX?).
en
voudig
mede handelend moet
zelf in de
h;j
en niet als in de wedergeboorte een-
zijn,
lijdelijk.
Wel komt een enkel maal ook de bede voor: bekeerd zijn;" maar dit is in de heilige Schrift komt dan nog wel
en
221
II.
maar zoo toch dat
omkeerende genade,
den mensch
bekeering
HOOFDSTUK
dan
mij,
zal ik
uitzondering, geen regel; /'"^
bede des menschen,
als de
voor,
,.Bekeer
en
de ordi-
yiiet
Gods aan den mensch. Die ordinantie is en blijft heel de Schrift u, gij afkeerige." Nu is het volkomen waar, dat een zon-
nantie
„Bekeer
door:
daar even onmogelijk zich bekeeren kan, als een kind een berg kan len
maar
„Bekeer u"
hem
is
om
zich
te
iemand wedergeboren, en
Is
het vermogen
tevens
bekeeren ingeplant, dan
staande buiten God, maar als door het geloof
Kan iemand
puttende. hij
den wedergeborene.
in
wedergeboorte
die
vermogen
het als
bij
in
hét toch niet,
naarmate
nu wel, omdat
dit
wat zou
dan aan het
hij
wedergeboorte tegen hem,
getuigt zijn hij
"^
den zondaar alleen ten oordeel werkt, en dat het zijn vrucht
kan uitwerken
alleen
dat het
leeren dan ook de Gereformeerde kerken,
daarom
juist
optil-
te
langer zijn bekeering
uit
om
kan
ja,
heilig
en
maar doet
is,
Avondmaal doen
veroordeelt
uitstelt.
het; niet
hij
de kracht Gods, kracht
wedergeboren
hij
gelooven en
te
hem
?
Dan toch sterker
te
In geen geval hoort
hij
aan
Avondmaal zoolang hij in dezen toestand van ongehoorzaamhet heid volhardt. God zegt hem: „Bekeer u tot mij, en de God die hem dat heilig
schonk
gebiedt,
mogen,
om
tot
hem
Hem
gaan voordoen,
zich
heeft
overgegeven,
zijn hart,
en in
zijn
te
komen. Wat
als
iemand
terwijl
hij
hart nog
Toch wane niemand, dat wordt, dan is
bij
in de wedergeboorte de kracht en het ver-
tevens
zal hij
feitelijk
het heilig
Avondmaal
aan den Heere Jezus in
niet is toegekeerd.
hier
een andere of zwaardere eisch gesteld
de openbare belijdenis.
tenzij hij zich
bij
nog van hem «/gekeerd staat
Immers wie
opgegroeid en tot jaren van onderscheid
doen,
dan
die zijn ziel reeds
-
met waren harte
tot
is
als
gedoopte in de kerk
gekomen, kan geen belijdenis
God
bekeere.
Wat
toch
is
zijn
openbare belijdenis anders, dan een opgaan naar Gods huis en een opstaan in het
schen
midden van de vergadering der geloovigen, te betuigen, dat
die in zijn
ook
hij
om
voor God en men-
nu voor dien zelfden Heiland koos en
kiest,
kerk wordt beleden en aangebeden. Het denkbeeld, dat ge wel
maar dan nog niet ten Avondmaal zult gaan, is dan volkomen onzinnig. Heel het doen van belijdenis toch heeft geen ander doel noch andere beteekenis, dan om alsnu in de kerke Gods als
belijdenis zult doen,
ook
een geloovige openbaar te worden, en na als zoodanig erkend tot
den Bondsdisch
te
worden toegelaten. Immers ware dat
waartoe dan die publieke belijdenis
juist op die plaats?
te zijn,
ook
niet het doel
Dan kondt
ge even-
ï ^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's