E voto Dordraceno - pagina 281
ZONDAG
XI.
HOOFDSTUK
269
III.
varing genoegzaam, dat deze gedrevene zee van vele volkeren eeuw
eeuw
her- en derwaarts
in
drijft,
maar
in
uit
haar bijgeloof en afgodisch
pogen geen waarachtig menschelijk geluk, laat staan hooger zielevrede Ook de Islam dempt wel het hart en stompt de prikkelen van een heiliger begeeren af, maar bespot eer de diepere nooden der ziel, dan dat het die benedijen zou, door aan de kinderen der menschen als het hoogste goed eeuwiglijk niet de genietingen van het Eeuwige Wezen voor te spiegelen, maar ze af te schepen met belofte van schandelijken vinden kan.
wellust.
Doch waar wel op
dient gewezen,
is
op de vele schijngestalten der ook thans weer
Christelijke Religie die deels kettersch, deels wijsgeerig,
een hoogen toon voeren.
Men
Op
zegt dan:
richtingen ons
Christus komt het toch
nog maar wijzen op Christus,
maar aan, en zoolang deze als
ons ideaal, en den ver-
zoener der tegenstellingen, en den herschepper van heilig heil
voorbeeld,
is
ons
en
hart,
toch ook hier nog de ontsluiting tot een
ons
weg van
en zaligheid.
En
nu
dit
juist
moet erkend worden.
hoe schoon en Christelijk ze zich ook voordoe, „verloochent metterdaad den eenigen Zaligmaker, schoon ze hem met den mond roeme", zoodra ze ook maar iets afdingt op de volle, rijke betee-
Immers
elke richting,
kenis die in den
Naam
van Jezus
ligt.
Al wie Jezus aanprijst als een der uitstekendste middelen, en vrede te geraken, maar naast andere middelen, al erkent
om
tot heil
hij
dat die
van lager orde zijn, stopt het kanaal dicht waardoor de eeuwige vrede hem moet toevloeien. Op de absoluutheid, d. i. op de volstrektheid van zijn Naam kan noch mag iets, wat dan ook afgedongen: hij alleen, de bron van alle heil, voor al wie zondaar wierd, is de onverbiddelijk geldende regel. de verkeerde en onzuivere godsdienstige richtingen, ook de practijk der religie, die iets buiten hem zoekt of bedoelt, wordt
Doch
niet
alleen
Naam van
door den
Jezus veroordeeld.
de eerste plaats alle Pelagianisme, hetzij dan half of heel, of ook maar voor een kwart of een achtste toegelaten. Want indien een zondaar, die bij het zoeken van heil, ja wel tot zijn Heiland opziet, maar
En dus
in
toch nog altoos in zijn eigen wil, in zijn eigen beter bedoelen, in zijn eigen vroomheid of werkelijkheid, zij het dan ook slechts een hulpmiddel begroet,
om
het heil aan te grijpen, te genieten en uit te breiden, doet
zulk een daarmee zeer beslist aan de eere van zijn Heiland tekort.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's