E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 251
Derde deel
XXXI. HOOFDSTUK
ZOND.
253
II.
XX:
samc?2/i;"A"eapostelen.blijkensMatth. XVIII: 18, en Joh.
28.
Zoolang dus de
apostelen op aarde verkeerden, en op bijzondere wijze de inspiratie des Heili-
gen Geestes genoten, ontstond er over de vraag: wie de Sleutelmacht geen geschil. Doch anders wierd
zat,
dit,
-r
be-
toen de apostelen de martelaars-
kroon hadden ontvangen. Toen toch ontstond de vraag, of ook nu nog de Sleutelmacht, op gelyke w^ijze als de apostelen deze hadden bezeten, aan
iemand toekwam; en zoo
waar dan, na hun verscheiden, de
ja,
macht moest worden gezocht. Hierop nu antwoordde men nog van Tertullianus,
gf-n
voorgang
maar
van
ken indruk maakte,
om
met de Montanisten het
wikkelen
te
alleen toe te
uit
aan
telmacht
kennen aan den Heiligen
geestelijk deel
;>
Geest, gelijk die zich uitte
Maar ook anderzijds door deze
Sleu-
zelve te ontnemen, en ze over te brengen op de
kerk
de
Men
hisschopjJen.
met
stelde,
dit laatste doel,
de bisschoppen dan voor als
»
opvolgers van de apostelen, en als de van Christus bezielde organen,
waardoor de kerk haar levensfunctiën dig
te vertrou-
haar wereldsch omhulsel, en de Sleutel-
in de dieper ingeleide kinderen Gods.
de
oefenen;
te
haar zoo teedere en heilige macht toe
Eenerzijds door
wijze.
kerk los
macht
Sleutelmacht had uit
moest dus een andere uitweg gezocht en dezen vond men op
Er
tweeërlei
der
deze
spoedig verwilderde de kerk dermate, dat ze te weinig geestelij-
al
wen.
in de da-
dat de gezamenlijke kerk onder de leiding en den
ambtsdragers,
de
Sleutel-
oefening
daarna de
der
verrichtte.
Sleutelmacht ook
overgebracht, maar deze werden dan toch
En wel
is al
zeer spoe-
op de gewone dienaren
altoos beschouwd, als daartoe
gemachtigd en gelast door den bisschop.
Toch drong
zelfs in de
ning der Sleutelmacht
gegeven lijk
De
is.
alleen
hen
tot
tot de penitenten.
die
zich
gestraft waren; en
men
oefe-
aan
uit tot
de geloovigen,
aanboden voor den volwassenen-doop en
Onder penitenten verstond men
destijds ledender kerk
door verloochening van den Christus door kettery of door openbare
zonde de gemeenschap der kerk
had
later
boetediscipline toch, waarin deze Sleutelmacht voorname-
geoefend wierd, strekte zich aanvankelijk niet
maar die
dagen van Cj'prianus en Augustinus deze
nog volstrekt niet het karakter, dat er
in
in
opspraak en gevaar brachten
;
deswege
nu met berouv/ terug wilden keeren. De Sleutelmacht
dagen derhalve nog geen betrekking op kleine zonden, die
die
achtte dat
maar een privaat karakter droegen, en nog
veel
minder
op de zonden der gedachten, daar zelfs door Augustinus alle zonden tegen het
.,Gij
lijk
vielen
zult niet begeeren,"
nog uitdrukkelijk werden
uitgesloten. Eigen-
onder de Boetedisciplinie alleen de misdaden (crimina), in on-
derscheiding
van
gewone zonden
(peccata),
en
behalve
verloochening
>
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's