E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 110
Derde deel
ZOND. XXVIII. HOOFDSTUK VI.
112
Christus
ken
maar met
;
niets
men
vergist zich toch evenzeer wie oordeeld, dat deze uitspra-
het
en den vergoten wijn
men
brood,
;
maar hiervoor gaat het oog aanstonds open, in de eerste plaats vraagt wat het
Avondmaal
heilig
vergoten
hij
zeggen hebben. Dan toch
te
dat het brood ook als zoodanig in het
en
is,
en de wijn als wijn, ook
is
ons van den Christus
is,
Jezus zelf voor zijn kerk zijn wil, wat brood voor het
blijkt terstond, dat
lichaam
ziet,
brood, ook nog eer het gebroken
als
nog eer
het
bij
by het
sprake
in de eerste plaats,
zoo
Avondmaal uitstaande hebben. Dit nu merkt Avondmaal alleen op het gebroken brood want daarvan is in Johannes VI, althans niet
heilig
men
zoolang
niet,
Avondmaal
voor-
komt. Geeft nu Jezus in Johannes -VI den algemeenen zin aan, waarin die
voeding onzer zielen door
in
het heilig
Avondmaal
hem hebben
te verstaan,
een bepaalde toepassing voor,
om
hoe Johannes VI ons wel terdege helpt,
lijk,
verstaan.
leeren
VI den algemeenen
maal
op
is
de
dat
heilig
daaruit
toch
zijn
wat
we
dat en hoe
woorden
Avondmaal gedacht en dat
men
gegeten
vleesch
kanibalen
te
zijn
dus
beelden liefst
in het heilig
hij
en
bloed
in
hij
en
men
dit bloed laat
nuttigt,
koos ondenkbaar. Met opzicht 1^.
:
tot
Wel
drinken;
toch laat het
ook enkele drop-
maar een
in de fijne kieschheid,
deze meening voorstaan
terdege
Johannes VI, niet enkel van
den beker gedronken
uit
Avond-
Avondmaal zou
zijn
Kapernaüm ook wel
zijn bloed spreekt,
in het vleesch, dat
maar
mogelijk,
Johannes
zich daarnaar gericht heeft. Alleen
pelen bloeds, ongemerkt, over de lippen brengt, bij
Avondmaal te
vast, dat
de voeding als zoodanig niet voorkomt.
bij
zich denken, dat
het duide-
is
lang niet vreemd aan de gedachte,
wist,
verklaart het zich,
en komt hiervan
dan
het heilig
eenmaal
waarin het brood ook
zijn
vooruit
die
maar ook van
vleesch,
iets,
dan
keuze zijner
de
bij
aan het
verder. Staat
zin aanduidt
vatten,
te
Christus,
instellen,
we gaan
Ja,
wij
maaltijd waar-
ivierd,
ware onder
waarmee Jezus
steeds
Johannes VI, zouden we
dat het niet rechtstreeks doelt op
het sacramenteele eten van den Christus en het drinken van zijn bloed;
maar dat
het
2'J.
wel
terdege
die
algemeene betrekking tusschen het
brood
en den Christus aanduidt, waarop ook het geheim van het brood
in het
Avondmaal gebaseerd
te
Kapernaüm
is
;
en
3o.
dat de woorden waarin Jezus zich
uitdrukt alleen daaruit te verklaren
zijn,
dat
hij
onder het
spreken het oog óók op het Avondmaal had.
nu wordt de beteekenis van het brood in het Avondmaal volkomen verklaard. Gij eet als mensch brood, omdat zonder voeding uw Hierdoor
leven bezwijken zou
leven
;
maar
als ge het brood gegeten hebt, sterkt dat
slechts voor een oogenblik
dikwijls ge
;
dan ook het nemen van
dit
uw
komt de honger weer; en hoe brood hernieuwt, eindelijk moet
straks
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's