E voto Dordraceno - pagina 414
ZONDAG
402
HOOFDSTUK
XV.
III.
dan dat Hem een zeer enkele maal hongerde en dorstte, en dat Hij niet had waar Hij het hoofd zou nederleggen, en dat soms zijn leven in gevaar was, leg er dan het leven van Paulus, den heiligen apostel, naast, en vraag u af, of Paulus' eigen opsomming van zijn velerlei wederwaardigheden en doodsangsten in macht en aantal van doorgestane smarten niet zeer verre het perk van Jezus' lijden overtreft? Neen, op die wijs geeft ge aan niemand, en krijgt ge nooit voor u zelven, ook maar een eenigszins waardigen indruk van het lijden dat Jezus ook om uwentwil reeds van de kribbe af tot aan Gethsémané droeg. En hoe ge er u ook tegen inzet, ge kunt u niet verweren tegen een indruk, dat Immanuël toch eigenlijk aan dat schoone Galileesche meer een vriendelijke jeugd heeft doorleefd, en zonder merkelijken tegenspoed zijn dertigste jaar heeft bereikt, en zelfs dat Hij ook daarna tot aan Gethsémané toe, nu ja ook wel onaangename ontmoetingen had, maar voor het overige toch een stil en bezielend leven leidde, dat volstrekt u geen afschrikkend beeld van een lijder, maar veelmeer het beeld van een vriendelijker! profeet voor den geest roept.
—
Afziende van deze enkele, ons weinig toesprekende trekken, zoeken
daarom
doorgaande
dit
Golgotha onder droeg die Zooals hoort het
al
bij
hem
Hij
nu
bij
we
Gethsémané en op
Heeren, dat ook
des
lijden
ander lijden doorliep, daarin, dat Hij een gestalte
zijn
niet hoorde. in
de heerlijkheid
Hem. Zoo
is
zijn
het geen lijden.
menschelijke natuur bezit, zóó
Maar denk
u eens het ondenkbare,
dat plotseling van den Christus deze verheerlijkte natuur weder wierd af-
genomen, en dat
Hij
daarvoor
in
de plaats ontving zulk een natuur „in
de gelijkheid des zondigen vleesches", gelijk Hij
feitelijk
op aarde gedragen
en zoudt ge dan niet volkomen helder beseffen, welk onpeilbaar
heeft,
daardoor over Immanuël komen zou den Koning der heerlijkheid, gelijk Hij nu van smarten, gelijk Hij geweest is, zou dat lijden
altoos
doorgaand
lijden zijn?
Hem
?
is,
plotseling in stee van
weer maken tot den Man minder dan een gestadig, nu en dan, maar een toe-
iets
Niet een lijden
stand, die als toestand lijden was.
Welnu, zoo
is
het dan
ook werkelijk geweest, en vandaar
zijn
en roepen in het hoogepriesterlijke gebed: „Vader, verheerlijk mij heerlijkheid, die Ik bij Hij in
is
Hem
in is,
U
had, eer de wereld was".
onze natuur ingegaan,
maar
gelijk
niet gelijk die
ze neerlag, en gelijk
uitdrukt: „Gij legt mij in het stof des doods."
„Als
smeeken met de
we Hem aanzagen, zoo was
er
natuur zijn kon en thans
David het
Daarom
in
Psalm XXII
zegt ook de profeet:
geen gestalte, dat
we Hem zouden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's