E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 30
Derde deel
32
XXVII. HOOyDSTUK
ZOND.
Al geven
zou.
we
dus voetstoots
IV.
dat lang niet elk Israëliet, die zijn
toe,
kind besneed, diep van deze geestelijke beteekenis doordrongen was, toch
wordt hiermee niets afgedongen op de duidelijke openbaringen van Gods die
wil,
dit
schaduwachtig Sacrament der Besnijdenis gegeven was.
wat menig ongeestelijk
Niet
-
in
Israëliet er bij dacht,
de instelling ervan
aangaande
vraag waarmee
Christenen
hebben wij
wij
te letten.
maar wat God door
zijn
wil en gezindheid openbaarde, is de
te
maken hebben. Op Gods openbaring
Naar de kennisse van Gods wil ook
gaat ons biddend onderzoek
in de Besnijdenis
uit.
Kn dan staat het vast, dat de Besnijdenis, voor God en naar Gods bedoeling, was de beteekening van een geestdijke zaak; een teeken door
Hem
gevoegd
\ geestesdaden in
van
werk
een
Abraham
genade.
zijner
in
Abrahams
op zich zelf toe
der Besnijdenis
Hij
had door
het geloof doen uitkomen, en het
wondere geloofswerk
dit
teeken
bij
wat de Besnijdenis voor God
ziel,
dat Hij
hem
menscb gewrocht
op Jakob gekomen, of
in
bij
zijn
ziel
van dien
we van Abraham over Izaak
dien Jacob openbaart de Heere ons reeds, hoe
pas op later
niet
leeftijd begint,
maar soms
moederschoot een aanvang neemt. Zoo duidt dus Besnijdenis op
den
een
we dus
Een teeken toegepast op een menschen-
is.
En nauwelijks
genadewerk volstrekt
zijn
beval het
te passen. Hieruit zien
kind ter verzegeling van een genadewerk dat Hij, God, in de heeft.
wondere
zijn
was als teeken
geestelijk
werk Gods,
niet
pas
als
het
uitkomt,
maar ook
het nog schuilt in den wortel, nog slechts als kiem aanwezig
als
reeds is,
en
nog door geen menschenoog kan worden waargenomen.
Nu en
is er, dit
spreekt vanzelf, slechts ééne Besnijdenis. Het
al dezelfde Besnijdenis, die
hij
Abraham aan
geheel
is
zich zelven voltrok, en die
acht dagen na de geboorte, naar Gods bevel, Izaiik ondergaan deed.
Ook de „zegel
Besnijdenis,
die het kleine
kindeke Izaak ontving, was dus een
van de gerechtigheid des geloofs," en had alleen
als zoodanig zin
en beteekenis. Wel bracht ze geen zekerheid, dat er metterdaad een werk
Gods aanwezig was of
ooit zou
komen. Dat
ziet ge
aan Ismaël, die ook
besneden werd, en in wien toch nooit een zaligmakend werk der genade
uitkwam. Maar aan de beteekenis, bedoelen had,
veranderde
die de Besnijdenis
dit niets.
naar Gods wil en
De Besnijdenis werd van Godswege
en door zijn eigen goddelijk bevel ingesteld als „een zegf4 van de gerechtigheid --
van
en
des geloofs,"
genadewerk
zijn
dus als een
in de ziel.
geestelijke zaak,
En waar nu God
en als een teeken
deze, aldus geordineerde
Besnijdenis, opzettelijk en nadrukkelijk ook voor de kleine kinde7'kensm^\Q\i, ja,
last
en bevel geeft,
en zegel
om
aan „een kindeke van acht dagen"
van de gerechtigheid
des
geloofs"
te
schenken,
dit
„teeken
daar
blijkt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's