Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 243

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 243

Derde deel

2 minuten leestijd

;

XXXI. HOOFDSTUK

ZOND.

van den Heiligen GecsL

als vrucht

Simon

zlit g\],

maar mijn Vader,

baard, hij

Bar Jona,

er aanstonds

die in de

gij

of bloed heeft

dit

ii

geopen-

is "

En, nu voortgaande, voegt

zijt

Petnis, en op deze Petra

en de poorten der hel zullen haar niet over-

mijne kerk bouwen,

zal. ik

hemelen

ook, dat

ii

op die belijdenis, door ze

aanvaarden. Hij sprak toch: „Zalig

te

want geen vleesch

„Ik zeg

bij:

245

I.

Amen

lippen gekomen, of .Jezus geeft een

zlJn

'

Een tegenstelling alzoo tusschen deze Kerk en het rijk der Hel. Die macht der hel voorgesteld als een machtige burcht met poorten en daartegenover het Koninkrijk der hemelen insgelijks als een heilige weldigen."

y

burcht Gods, die insgelijks poorten had. Burcht tegenover burcht, en poorte

tegenover poorte; en nu

die beide poorten de mogelijkheid,

bij

En

een sleutel te ontsluiten of toe te sluiten.

nu de Heere ik

en

u,

zijn,

en

tot Petrus:

wat

zoo zoo

wat

sleutel' van het Koninkrijk der

Den

om

ze door

verband hiermee zegt

hemelen geef

binden zult op aarde, zal in den hemel gebonden

gij

gij

in het

ontbinden zult op aarde, zal ontbonden

zijn in

de

hemelen."

Het

voor de hand deze verklaring des Heeren over de Sleutelmacht

ligt

verband

in

met wat we

te zetten

XXII

in Jesaja

22 lezen. Er

:

van een machtig dienaar des Konings, Sebna genaamd,

is

daar sprake

die te

Jeruzalem

ongeveer een macht bezat gelijk staande met die van een rijkskanselier of grootvizier; alzoo een

Gods

man,

eerlang geheel tot

Eljakim,

de

ontvangen

tot

hem met uwen

Davids op

zijn

een oordeel hierin bestaande, dat

;

smaad en ten

van Hilkia, een

zoon

kanselierschap

nu zegt de Heere zal

Deze Sebna nu was geen

feitelijk

man

man

hij

en

hem zijn

komen, en dat een zekere

uit de lagere

kringen des volks

En van dezen Eljakim hem met uwen rok bekleeden en ik

zal in zijn

Sebna: „Ik zal gordel

val zal

naar

Jeruzalem

een vijand van Gods volk. Deswege moet Jesaja

nu het oordeel aankondigen

het

zelf.

harte. Hij steunde blijkbaar op de wereldsgezinde partij te

en betoonde zich

huis

onder een zwak regent,

die vooral

was dan de koning

machtiger

plaats.

sterken, en ik zal den sleutel

schouder leggen en niemand zal sluiten als

van het huis hij zal open-

doen, en niemayid zal opendoen als hij zal sluiten.''

De rechtstreeksche beteekenis hiervan

is

natuurlijk te verklaren uit de

Oostersche wyze van hofhouding, die ook te Jeruzalem bestond. De vorst of koning

woont dan

niet in een paleis, dat belend

huizen der burgerij of midden in de stad staat

;

wordt door de gewone

maar woont afzonderlijk,

in een aparten burcht, meest op een hoogte gelegen en van versterkingen

voorzien, poorte.

zoodat

niemand

er

''

toegang heeft dan door de wel versterkte

Zoo had ook David zich op den heuvel Sion een geheel afgezon-

>^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 243

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's