E voto Dordraceno - pagina 452
ZONDAG
440
XVI.
HOOFDSTUK
III.
gruwelen altoos beneden zoeken. Niemand spreekt van de diepte des hemels, en niemand van de hooge sferen der hel. Neen, maar van de diepte der helle beneden, en van het geducht paleis onzes Gods in het Jeruzalem dat boven is, onzer aller moeder. Het graf is
is
alzoo een rechtvaardige wrake
een deel van dien gedreigden dood, toen
sterven."
En na den
sprak: „Gij zult den dood Heere het dan ook uitdrukkelijk uit; de aarde waaruit gij genomen zijt; want stof
val sprak de
„Gij zult wederkeeren tot zijt
en tot stof zult
gij
Gods over onze zonde. Het
God
wederkeeren." Er
gij
of het indalen in het graf
is
is
dus geen quaestie van
een deel van de straf voor onze zonde, en
het spreekt dus vanzelf, dat Christus voor ons geen volkomen Verlosser
zou
zijn,
indien er op het borgtochtelijk lijden en sterven, ook niet een
indalen in het graf voor ons gevolgd was. Reeds de profeet had het dan
ook
in
Psalm XVI en Jesaja LUI voorzegd, zoowel dat
zou neerdalen,
als dat
men
zijn graf bij
Hij
in
den kuil
de goddeloozen gesteld heeft. En
Christus zelf had er reeds voor zijn lijden herhaaldelijk op gewezen, dat het zijn van Jona in den buik van den walvisch, met al de verschrikking
en het afgrijzen, die aan deze bangheid hing, ook aan
worden. Jona was
in
den buik van het zeemonster met
Hem
zou vervuld
zijn
bewustheid,
ingewand van den visch tot God gebeden. En zooals nu Jona in het ingewand van een zeemonster zich omklemd en besloten gevoelde, zoo is ook voor ons de aarde, als de grafmond zich opent, een soort van bange macht die ons opslokt en inzwelgt, en in het ingewand der aarde wordt de begravene omklemd en als ware het langzaam verslonden. En dat begraven worden nu, dat is het wat Jezus ook voor ons droeg. Hij heeft de aarde haar mond laten opendoen om Hem in te zwelgen in haar ingewand, en wonderbaar heeft God Almachtig Hem uit dat ingewand der aarde op den derden dag vrij laten uitgaan. Juist zooals Jona. Denke dus niemand dat de Heere Jezus van Jona in dit verband slechts bij manier van vergelijking heeft gesproken. Omgekeerd, juist het gebeurde met Jona is voor ons de duidelijke en schilderachtige aanduiding van wat het graf voor Immanuël was. Waarlijk niet een ruste, gelijk valsche zangers en dichters u hebben voorgesteld, o, Gewisselijk, voor ons kan het graf een plaats der ruste zijn, dank zij het graf van Jezus. Maar waar Hij inging was het graf dat wij door onze zonden verdiend
want
heeft uit het
hij
hadden. Jezus' graf heeft
Jona
I
:
17 en
II
Wel weten we,
:
zijn
teekening en schets in Gen.
III
:
19 en
1—10.
dat er van oudsher neiging bestond, ook onder Gere-
formeerde theologen,
om
het graf reeds tot de verhooging des Heeren te
rekenen, en de vernedering
bij
den kruisdood
te
laten
eindigen,
en
we
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's