E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 94
Derde deel
ZOND. XXVIII. HOOFDSTUK IV.
96
was Jehova
het offermaal
was aan en
en in
zijn tafel,
En
dronk.
het
is
Heeren aan de heilige
de Noodiger, de Gastheer, de Uitdeeler, en het zijn
tegenwoordigheid, dat
met name op het oogenblik van zoo
opkwam van
aanzitten, dat steeds sterker in de kerk het besef
dan ook
hier
aanzat en spijsde
dat diepe besef van de tegenwoordigheid des
uit
plaats, en
selijke fegeniüoordigheid
men
des Heeren in het Avondmaal.
En op
wordt,
eigenlek geen
men
daarin mis, dat
Avondmaal
steeds
van
u
77iet
gezocht en
Slechts ging
is.
deze plaatselijke tegenwoordigheid des Heeren
had
's
Heeren
moest
niet of hij
bij
men
bij
het
offermaal genoeg
zijn
tegenwoordigheid; maar de
geestelijke
tegenwoordigheid
in het afgodsbeeld de
zien. En zoo nu ook nam de dorst en het verlangen, om Avondmaal 's Heeren tegenwoordigheid zinlijk op te vatten,
afgod
zijn
het heilig
bij
Avondmaal voor
zinlijker opvatte. Israël
aan de wetenschap van Heiden genoot
de plaat-
zich zelf lag
moet veeleer staande gehouden, dat
niets verkeerds in, en
een Avondmaal, waarbij de tegenwoordigheid des Heeren
genoten
heilig
vooral na de oppervlakkige bekeering der onbeschaafde volken, hand over
hand
^
ging
toe. Eerst
men
er toen toe over,
om weer
de heilige plaats te
wijden, alsof Gods tegenwoordigheid op bijzondere wijze aan een gewijde
verbonden was. En daardoor eenmaal op het dwaalspoor
plaats
men
wilde
ook den Christus
toen
symbolen van geloof aan
zijn vleesch
zien. Hij
en bloed.
En
was
er,
en
men
geleid,
zag er de
zoo vloeiden toen die twee, het
tegenwoordigheid en het zien van de symbolen van
zijn
zijn
vleesch en bloed allengs in elkander tot ze één wierden voor het zielsber-sef,
en
men
zei:
„De Heere
is
in het brood en in
den wijn!" en zoo ont-
stond de Roomsche en Luthersche dwaling.
Toch
ook hiermee nog
is
niet
genoeg gezegd. De band toch die
heilig offermaal
met de Sacramenteele
maal verbindt,
ligt
lige
nog dieper in de
Doop saamhangt met de
plechtigheid van
's
instelling zelve. Geli.ik toch de hei-
Besnijdenis, zoo hangt ook het heilig
maal saam met het Pascha onder
dit
Heeren Avond-
En
Israël.
al
kunnen we
hier
Avond-
nu
niet
op de omvangrijke en veelzijdige beteekenis van dat Pascha ingaan, zoo•
veel
toch
staat
bestond. Het
van
slachten vooraf, ^
tijd,
maar
dat ook het Pascha onder Israël uit een maaltijd
het
lam,
zijn glorie
het lam, het in huis halen van het lam, het
het bestrijken van de deurposten enz. ging wel
vond het Pascha toch van
als de huisvader al de leden
de vrouwen
We
vast,
opnemen van
zien
stellen,
;
dan en
en met deze saam onder ook
daartoe
dat Jezus, als het
Pascha
hij
zijn gezin lof-
eerst in
den Paaschmaa?
saamriep
;
denkelijk ook
en dankzegging
het heilig
Avondmaal
uitkiest, tot zijn
het
Pascha
zal
gaan
at.
in-
jongeren niet over het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's