Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 279

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 279

Derde deel

2 minuten leestijd

ZOND.

XXXI. HOOFDSTUK

V.

281

des Heeren behooren. Een iegelijk iveet dit alleen van zich

maar kan

zelf.

van anderen slechts gelooven, en vermoeden of onderstellen

dit

te ci^iferen. Ze zijn ons in Gods Woord God alzoo gewild, geopenbaard. Zoo en niet

Deze drie feiten zyn niet vyeg overduidelijk,

te

anders staat Eerst

door

als

het.

onzen dood sterven we der zonde

in

kloostercel de wereld uitgaan,

En

lijden.

uw

in

maar moeten

ook, wie wedergeboren

dorp of in

uw

met

stad,

af.

We mogen

niet in de

wereld den Heere be-

in die

en zich bekeerd heeft weet ge nooit,

is

volstrekte zekerheid.

Van iemands

staat,

gelijk het volk zegt, zult ge afblijven.

nu

Hieruit

volgt,

dat

het Lichaam

des

Heeren

in de kerk op aarde

nooit zonder vlek of rimpel kan optreden: en dat het evenzoo onmogelijk

om

is,

de grenzen der kerk op aarde met de levenslijn van het Lichaam

kunnen buiten staan

des Heeren te doen saamvallen. Er

kunnen

er

in zijn

Geen mensch.

wie er niet in hooren.

die er in

hooren

;

die als God, het

harte kent.

Volkomen naar waarheid en op grond Eeformatie er op aangedrongen, dat en

kerk

onzichtbare

onderscheiden

we

dur Heilige Schrift heeft dus de scherpelijk tusschen de zichtbare

zouden.

Niet alsof dit twee kerken

is;

maar

in zooverre de kring der

bare niet juist en precies

saam

valt

waren, wat ongerijmd

in het onzichtbare. Hieruit

De

eerste,

mag

regel.

omdat

afgekeurd,

met de onzichtbare kerk saamvalt.

komene wijze

2Jc/«/-

Christi

nu ontstaat vanzelf tweeërlei

dat de kerk in het zichtbare nooit

kerk in het

met den kring van de kerke

En

ze niet op vol-

de tweede,

dat de

kerk in het zichtbare nooit legitimeeren kan, dan door zoo nabij mogelijk openbaring

de

slingert

van de onzichtbare kerk

nu de kerk op aarde altoos

geven,

als

als

dwaling

volkomen saamvallen, en dan acht

ten leste dat punt sectarisch bereikt te hebben.

eens

Tusschen deze twee

Verworpen moet dus

in.

elk pogen, dat niet rusten kan, eer ze

te

En verworpen moet

even-

dwaling elk berusten in de oyizuiverheid der kerk, waardoor het

besef wordt uitgewischt, dat ze openbaring van het Lichaam van Christus

is.

Want wel

zou

men kunnen vragen Waarom is er in het geheel en waarom kan men niet volstaan met voor ;

zichtbare kerk noodig,

eigen

hart

de

een zijn

vreeze des Heeren te zoeken? Maar heel dit mystiek be-

doelen wordt door de Heilige Schrift lijnrecht weersproken. Dit toch zou

zoo

zijn,

dat

is

indien de Heere zijn kerk alleen door zijn Geest regeerde.

niet zoo.

Hij regeert zijn kerk door zijn

Woord nu maakt op

zich

zelf

Woord en

Geest.

Maar En dit

reeds het optreden van de kerk in het

>

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 279

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's