E voto Dordraceno - pagina 205
ZONDAG
HOOFDSTUK
IX.
193
II,
gevoelt, even eenvoudig en geleidelijk en natuurlijk als nu de werking van den wil des Heeren bij de planten en stroomen is, even saamgesteld, ingewikkeld en dooreengevlochten worden de beschikkingen Gods zoodra deze tweede oorzaken gaan werken. En het is om deze meerdere majesteit
en goddelijke wijsheid die in dit beheerschen der tweede oorzaken
men hierom
dat
vooral en hieraan
bijzonderen zin den
in
ligt,
naam van raad
des Heeren heeft gegeven.
Deze raad des Heeren nu gaat over
alle
redelijk
schepsel,
over
de
nog stonden of gevallen zijn; en niet enkel over hemelsche of aardsche personen, maar ook over hunne familiën, geslachten, stammen, natiën en volken; over de dooreenstrengeling engelen en over de menschen,
en afsluiting in
nu
hier
het,
is
ze
dezer volken; en alzoo over heel de menschheid
in het leven
haar vertakkingen en
al
't zij
in
al
het verloop van haar geschiedenis.
En
dat zich ontdekt die groote en gansch majestueuse be-
schikking of voorbeschikking des Heeren, die onder alle deze millioenen
en billioenen van wezens, én het leven van elk wezen op zich zelf én het verband van allen saam, én het richten van den enkele en van de geheelheid op zijn hoogste einde, bepaald heeft.
Nu toch ontstaat er tweeërlei wet en ordinantie. Eenerzijds de wet die God de Heere aan engelen en menschen gaf, in zooverre zij tweede oorzaken opdat
zijn,
zij
zelven die wet volbrengen zouden {zijn geopenbaarden wil);
God de Heere bij zich zelven had voorgenomen, om dienovereenkomstig het lot van engel en mensch, van den enkele zoowel als van de geheelheid zelf te regelen en te leiden en anderzijds de wet des levens die
verborgen wil). Naar de eerste wet moet de mensch voor
(zijn
handelen, naar de tweede wet handelt het
is
om
zulk een schrikkelijke hoovaardij,
die twee bepalingen
geopenbaarden
wil,
om
zelf
En zoo komen we dan Immers de
zijn God God met den mensch. En daarom
vrije
juist daarin dat
tweede oorzaken
te
zoo een mensch zich vermeet, met onderlating van Gods
keeren, en,
naar Gods verborgen wil
willen handelen.
te
vanzelf tot onze slotsom.
God in
de Heere deze twee deed,
t.
w. én dat Hij
engel en mensch zelf inschiep, én dat Hij
toch heel het aanzijn van de engelen- en menschenwereld richt op een hoogste, door
Hem
verordend oogmerk of einde, en bewerkt dat wordt die raad Gods „raad" in vollen wel gelijk onze Catechismus het uitdrukt, een eeuwige raad. reikt wordt, daarin vooral
Overweeg toch
wel,
dingen altoos deze eerst alzoo
£
Voio
f
is:
dat de opeenvolging
Eerst
komt de zaak
is
in
er een gedachte,
tot stand.
het tot stand
dan
Een veldheer,
is
die
dit
be-
zin,
en
komen der
er een woord, en
met
zijn
troepen 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's