E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 411
Derde deel
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK zelf
hem
tot
tusschen
hem
nederdale, by
en die
zichzelven
inkeere in zijn
wel het ontzettend
aan God hing door en af
den, is
volstrekt onmachtig,
hij
Ge kunt
als
ge
den
om
Er
derhalve
is
levensdraad,
waarmee y
dien levensdraad weer aan te binden. hebt, wel dat licht uitblazen
zonder ander hulpmiddel, niet het eens uitgeblazen
te
het paradijs
in
maar, eens door en afgesne-
te snijden,
uw kamer
licht in
om
vermogen,
ontving zijn ziel
en de gemeenschap
ziel,
De mensch
herstelle.
ziel
41B
III.
licht
;
maar
weer laten opgloren.
van de eigenlijke daad der wedergeboorte niet anders
zeggen, dan dat ze op een bepaald tijdstip plaats grijpt; dat ze in
enkel oogenblik plaats grijpt;
en dat ze plaats grijpt door dien God, den
Heiligen Geest, die eerst buiten den
van het wezen van dezen
met den
ivortel
van
zijn
hem van mermeer van hem te Doch zich
hieruit volgt
over
heel
in
indringt,
wezen, en in
dit
gemeenschap
zich in
wezen een
innerlijke bezieling-
om
voortaan nim-
mensch moet heel
uitstrekken.
Wat
in
den wortel
is
het ook hier.
Juist
omdat de over alle 7
den wortel des levens raakt, strekt ze zich
uit
deelen van den
mensch en over
niet
deze
al zijn
vermogens van ons wezen door
wil,
feitelijk
én zoo
vermogens. Dit zou
in
alle
dit
moet zoo
zoo zijn
met den wortel
deelen en vermogens niet rechtstreeks
ons leven in verband stonden; maar
leven
is,
den boom en beheerscht straks kroon en tak
wedergeboorte
indien
stelt
scheiden.
en bloesem en vrucht. En zoo nu
blad
in het verborgenste
dan ook, dat de uitwerking van deze wedergeboorte
dezen
wordt opgezogen
mensch was, alsnu
mensch
dood, dat hij was. levend maakt,
indrijft, die
één- 7
zijn
nu
alle
van.
deelen ea
vezelen met den wortel van ons Vandaar dat én ons verstand én onze
allerlei
verband staan.
door deze wedergeboorte een
neigingen en vermogens,
^
ommekeer ondergaan. Gelijk in den val alle deze vermogens een ommekeer ten kwade ondergingen, zoo ook ondergaan ze door de wedergeboorte een geheelen ommekeer ten goede. Werkte dit nu opeens geheelen
geheelen
volmaaktheid door, zoo zoudt ge plotseling én verstand èn wil én
tot de
aandrift én neiging op eenmaal is
niet
het geval,
zoomin
volkomen
heilig zien
als dit het geval is bij
uitkomen. Maar dit
een geënten boom. Als
hier
boom pas geënt is, dan weet de kenner, dat het nu voortaan met boom van wild hout op vruchthout gaat. Maar aanvankelijk bespeurt ge nog niets van. In den beginne is dit alles nog diep verborgen. En zoo nu
ook
is
een dien
het
dat deze
wild
met de wedergeboorte mesch nu
hout op vruchthout gaat;
meest nog niets
te
bij
den mensch. God de Heere weet dan
leeft, innerlijk heilig is,
bespeuren,
niet het allerminste van._
en dat het ook met
maar uitwendig
is
wel,.
hem van
hiervan aanvankelijk
en meestal merkt de persoon zelf er nog
Het leven
is er
dan wel, maar het komt daar
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's