E voto Dordraceno - pagina 278
ZONDAG
266
XI.
HOOFDSTUK
III.
„Er is onder den hemel geen andere naam gegeven door welken eenig mensch ten volle gelukkig, d. i. zalig, kan worden, dan de naam van Jezus. De zaligheid is in geenen anderen." Ge merkt op, dat er niet staat: Er is geen andere persoon gegeven, door wien wij kunnen zalig worden; maar: geen andere naam. En dit moet zoo zijn, en kan niet anders, omdat al wat van den persoon des Heeren niet uitgaat, maar in hem blijft, u niet nut; en omgekeerd al wat van hem uitgaat en u toevloeit, in zijn Naam ligt uitgesproken. Al wat van hem uitvloeit; wat u bereikt; wat u toekomt; wat door u als heil bekend en genoten; en uitgesproken en geloofd wordt, is zijn Naam. De echo die uw hart geeft op de roepstem die van hem in u dringt, of ooit in u dringen zal.
En
in
dien zin nu
is
deze
Naam
van Jezus absoluut. Hij
maar
niet
is
een Jezus, eene der vele gelukaanbrengers en zaligmakers, maar de éénige.
Er is geen andere. En al wat schijnbaar ook engelen of menschen of ook de onbezielde creatuur aan uw geluk of tot verheuging van uw hart toebrengen, is óf slechts schijngeluk, óf het is namens hem, door zijn kracht en onder zijn bestel door deze instrumenten u toekomende. Hieruit volgt dus vooreerst, dat deze
voor
uw
Uw
eigen hart
van Jezus een proefsteen
hart gaat uit naar vele dingen, die zondig,
dingen die
in zich zelve niet
vrouw en van uw kinderen; krachten ontwikkelen kunt;
zondig gij gij
zijn. Gij
bescheiden deel
in
maar ook naar
dorst naar de liefde van
begeert een
werkkring
waarin
ge
vele
uw uw
hebt een verlangen in u naar de achting
uw medemensch;
en waardeering van
uw
Naam
is.
deze wereld
en ook,
gij
te bezitten
en
kent den wensch
van
het
goede
om des
levens te genieten.
Welnu, hierbij stelt de Naam van Jezus nu dezen regel, dat een mensch die op iets van dit alles zijn hart zet, buiten Jezus om, wel waant geluk te bejagen, maar het waarachtig geluk verspeelt, en beiegelijk
vinden
zal,
dat het
Dat daarentegen leven
mag
hem na elk
korte genieting, teleurstelt en onvoldaan laat.
geoorloofd begeeren zijn voldoening ook
hebben, mits het
in
zijn streven gericht blijve
in
dit
op het hoogste
doel.
En
dat eindelijk de man, die ter wille van
goed den
Naam
Elk kind van hij hij
belijdt alles
van Jezus
God
is
te kort doet, zijns niet
daarom gewoon zóó voor
genade van
zijn
om
of kind of huis of
waardig zijn
verbeurd en op geen ding aanspraak
nochtans, als een verzoende in Christus, nu
uit loutere
vrouw
is.
God te
en door
te staan,
dat
hebben; en dat
Hem
God aanneemt. >
dit
goede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's