Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 239

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 239

Derde deel

2 minuten leestijd

ZOND.

werpen;

waken over onze

zielen,

Eindelijk

er

zij

Opzieners

de

in

zijn

als die rekenschcip

kerk

gesteld,

geven zullen, en

dit

uit

de

om

te

waken

nog de aandacht op gevestigd, dat volgens de belijdenis

onzer kerken niet enkel onze leveiiswandel, maar ook wel zeer zeker „onse

tot

het

Catechismus het noemt,

gelijk de

bekentenis,"

heilig

Avondmaal

in

is

ons

zijn

Avondmaal

niet

en

mag aan

het

Men

de Disch des Heeren.

blijft

dus niet een broeder weren en

omdat

uitsluiten,

legging of beschouwing der waarheid

_

al of niet toelaten

lette er

wel op, dat er van „ongeloovigen" wordt gesproken, en

intusschen

mag

Het

toegelaten.

bij

aanmerking komt. Ook wie zich met

„bekentenis" als een ongeloovige aanstelt,

worden

^

indien wij ons hart voor hen dichtsluiten.

hun onmogelijk,

is

De

uitroeien.

241

IV.

en het Opzienersambt

kerkelijke, tucht vernietigen;

alle

gemeente

XXX6. HOOFDSTUK

mén

r

niet in elke uit-

hij

met de inzichten van den

leeraar of

van de Opzieners overeenstemt. Juist daarom heeft de kerk dan ook hare en het

belijdenis,

moet geven. Wie wie

toegelaten; iegelijk

is

die officieele belijdenis der kerk, die hier

daar niet

mee medegaat, moet

naar de mate zijner ontwikkeling.

de belijdenis der waarheid niet

dat

karakter

draagt;

moet

zich tot die belijdenis bekeert

en

dat

men

bij

tot de

den doorslag Broederschap

uitgesloten; en wel een

Het spreekt toch wel vanzelf

een iegelijk een even ontwikkeld dat elkeen die

slechts heeft toe te zien,

zich aanmeldt, niet tegen de belijdenis inga, en voor zoover de mate van zijn ontwikkeling gedoogt, met die belijdenis instemme. Zelfs gingen

onze vaderen hierin kerken,

zoover,

dat

de

broeders en zusters uit andere

y

wier belijdenis met de onze in hoofdzaak overeenkwam, na be-

hoorlijke saamspreking, tijdelijk

men weet en

ze

aan het

heilig

Avondmaal

zaten onze Gereformeerden dan ook

hebben

ze

saam aan

toelieten. Gelijk

bij

de Luthersche

,^

wel Luthersche broeders en zusters tot hun eigen Avondtijdlang toegelaten; en dat niettegenstaande juist in het

maal voor een

van het Avondmaal de belijdenis der Luthersche en Gereformeerde kerken vrij wel tegen elkander overstonden. Ze werden hierbij geleid door

stuk

de overweging, dat het heilig

Avondmaal de Disch van het Lichaam van

Christus was, en dat dus geen particuliere kerk het recht had, de overige

kerken, die

zij,

op genoegzame gronden, toch voor openbaringen van het

Lichaam des Heeren

Avondmaal bij

Gelijk

hield, te bij

beschouwen

als

stonden ze buiten het heilig

den heiligen Doop, zouden onze vaderen dan ook

het heilig Avondmaal, stellig den Disch des Heeren van alle Christe-

lijke

kerken erkend hebben, zoo niet

dit heilig

Sacrament

in de

Mis der

Roomsche kerken derwijze verbasterd was, dat het niet meer voor den Disch des Heeren mocht worden aangezien. Met de Anglicaansche

Gi-ieksche en

E VOTO DOKUK.

III.

'6

^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 239

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's