E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 408
Derde deel
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK
410
III.
DERDE HOOFDSTUK. Geloofd
heeft
de God en Vader onzes Heeren Jezus
zij
die naar zijne groote barmhartigheid ons
Christus,
wedergeboren
tot
een levende hoop door de
opstanding van Jezus Christus. 1.
Reeds op de S\aiode van Dordrecht
Petr. 1: 3.
hebben onze kerken zich
in 1619
omtrent het stuk der wedergeboorte veel dieper en veel breeder uitgesproken, dan "^
óf in de Belijdenis, óf in den Catechismus. Ze deden dit in
Leerregelen
van Dordt en wel
in
Hoofdstuk
III
en IV,
art. 11
de
en 12
\
om op de catechisatie en bij de men aan de wedergeboorte toekomt,
en niet genoeg kan het aanbevolen,
Catechismusprediking zoo
weer op deze schoone uitlegging
altoos
wijzen.
een
dikwijls
in de
Dordsche Leerregelen te
Achter de bekeering, zoo zeggen de vaderen van Dordrecht,
geheel
innerlijke
daad
Gods,
ligt
hierin bestaande „dat Hij indringt in
binnenste deelen des menschen met de krachtige werking van zijnen
de
wederbarenden Geest." En dan gaat het opent het hart,
,,Hij
besnijdt
dat
maakt dat
en
gesloten
dat
onbesneden
is.
XI en XII aldus voort: Hy vermurwt dat hard is; Hij
in artt.
is;
In den wil stort
Hy nieuwe hoedanigheden,
dezelfde wil, die dood was, levendig wordt: die boos was,
goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil; die wederspannig was,
gehoorzaam wordt; goede
beweegt en sterkt dien wil
Hij
boom vruchten van goede werken kan
wedergeboorte,
die
vernieuwing,
alzoo, dat hij als een
voortbrengen.
En
dit is die
nieuwe schepping, opwekking van de
dooden en levendigmaking, waarvan zoo heerlijk in de Schrifture gespro-
ken wordt, dewelke God zonder ons ^
Biet teweeggebracht door middel
in ons werkt: en deze
van de
wordt
in
uiterlijke predicatie alleen,
ons
noch
door aanrading, of zulke manier van werking, dat, wanneer nu God zijn
werk volbracht staan
in
de
macht des menschen zou
wedergeboren of niet wedergeboren
te
worden,
heeft,
het
alsdan nog
bekeerd te worden; maar het
is
bekeerd of niet
eene gansch bovennatuurlijke, eene zeer
krachtige, en tegelijk zeer zoete, wonderlyke, verborgene en onuitsprekelijke
werking,
dewelke, naar het getuigenis der Schriftuur
Auteur van deze werking geringer
is
is
(die
van den
ingegeven), in hare kracht niet minder noch
dan de scheppinge of opwekkinge der dooden; alzoo dat
alle
God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zekeren krachtig wedergeboren worden en metterdaad gelooven.
diegenen, in wier harten lijk,
En
onfeilbaar
alsdan wordt de wil, zijnde nu vernieuv/d, niet alleen
vanGodgedre-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's