Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 330

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 330

Derde deel

2 minuten leestijd

332

ZOND.

XXXI. HOOFDSTUK

XII.

dachte weer bovenkwam.

maning

En waar in stad of dorp deze onderlinge verenkele kringen nog in zwang is, doe de kerk al wat in haar

in

vermogen

om

is,

dezen zegen

De ambtelijke vermaning

te bestendigen.

van tweeërlei aard,

is

al

naar gelang ze van

ambtsdragers tot ons komt, of wel dat ze uitgaat van geheel

de enkele

den kerkeraad. In het eerste geval draagt ze het herderlijk karakter en strekt

ze

om

alleen,

de leden der kerk tot wie ze uitgaat, af te houden

van ongeregelden gang wordt

dit,

wekken

tot heiligen ijver.

Doch anders

als de kerkeraad, als representeerende de geheele

gemeente, in

of op te

om

de zaak betrokken wordt, hetzij

de hooggaande ergernis die gegeven

werd, hetzij omdat de val in zonde gepaard gaat met hardnekkige onboetvaardigheid.

Dan

ontstaat er een diepe geestelijke

toch

strijd,

tusschen

de kerk als geheel genomen, en dezen gevallen mensch. Ook op hem, als

om

der gem.eente, rust de verplichting,

lid

en opbouwen, en

aanstekelijk

voort

ze te schande

ook geeft

vrede;

uit zijn boosheid

te varen.

hij

bij

de buitenwereld en ver-

midden een

in haar

maakt dat de vromen zuchten,

voorbeeld; en

gebonden geesten loosheid

maakt

zie, hij

haar innerlijken

stoort

de gemeente te helpen stichten

En

ook,

kracht putten

om

met de gemeente

licht

terwijl de on-

meerder roeke-

in

heeft

hij

te beltjden,

dat God den nederige genade geeft en dat er zonder boetvaardigheid geen zalige vergiffenis is te

smaken, en

zie, hij

nek toe en niet het aangezicht en zoekt in zelfrechtvaardiging en vergoelijking

Hier

mag

verstout zich;

hij

keert God e den

heil in leugenachtig

van

zijn

ontkennen,

kwaad.

dus niet langer gedraald. Hier moet gehandeld. Het gaat niet

aan, zulk een zich nog langer te laten beroepen op de heiligheid van zijn

verborgen leven. Zijn zonde en afval

is

openbaar.

Diensvolgens rust dan tweeërlei plicht op de kerk: uitspraak

lijke

voor een

het zijne

l^.

het zedelijk rechtsbesef in de gemeente iegelijk

te

doen uitkomen, dat de kerk

veroordeelt

en

afkeurt.

En

20,

om

over

te

gaan

tot

door open-

te hei-stellen,

als

zonde en hardnekkigheid geen gemeenschap heeft,

om

kerk aan deze

maar

ze verfoeit,

buitengewone mid-

delen, ten einde zoodanig een te stuiten op den verkeerden weg, en

het

zijn,

met Gods hulpe terug

Daartoe nu

is eisch,

te leiden

en

moet

naar veiliger wegen.

dat de zaak, die ergernis gaf, eerst grondig onder-

zocht worde, opdat niemand in de gemeente onverdiend bezwaard worde.

Op

losse geruchten

van den kerkeraad

mag men zijn, om

maar leugenachtig gerucht bij

hem

in

nooit afgaan; en zelfs

kan het de roeping

een broeder of zuster tegen boos en loos,

bescherming

te

nemen. Ontwaart men nu

of haar dien het geldt, terstond volledige en volmondige beken-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 330

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's