E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 197
Derde deel
XXXa. HOOFDSTUK
ZOND.
Melchizedek
toch
nen wijn
wyn
wat
anders dan gewoon brood en gewo-
iets
noch past op de Mis, overmits naar
niet sluit
Eoomsche kerkleer Christus
der
maar
offert,
in de Mis geen brood
dat brood en wijn geweest
iets
is,
maar
het
nu
en
meer
niet
door de zegenspreuk van den priester overging en werd omgezet
en
is,
geofferd, iets
uitspraak
de
geen geval
in
199
IV.
in zijn eigen heiligen Persoon.
In de tweede plaats beroept lezen
der
Maleachi
in
1
10,
:
en 11
men :
groot
der
uwe hand
mij van
is
zonne
niet
aangenaam;
naam naam reukwant mijn naam zal
haren ondergang, zal mijn
tot
de heidenen, en aan alle plaatse zal mijn
onder
zijn
we
op wat
zijde
„Ik heb geen lust aan u, zegt de Heere
heirscharen, en het spijsoffer
maar van den opgang
Eoomsche
zich van
werk toegebracht worden en een
spysofFer
rein
;
groot zijn onder de heidenen, zegt de Heere der heirscharen". Hieruit nu
de
Roomsche godgeleerden aldus
kan
niet zijn het offer op Golgotha,
redeneeren sprake
is,
plaats
gebracht,
worden der
aan
en
offer,
hier sprake
is
Ook kan
plaatsen.
alle
gebeden
tastbaar
terwijl
der lofzangen,
Het
:
want
van een
offer,
de Levieten
bij
dat gebracht
van een
Ook
in eigen-
wie zal anders deze „zuivere en reine offerande"
ook der heilige apostel Paulus tusschen de offerande van
lof
dank, en de offerande in den eigenlijken zin des woords. Maar als
nu zeggen schrijft hij
lichamen
welke
is
zijn
in het Misoffer.
bewijs mist echter alle kracht en klem. Zeer juist toch onder-
dit
scheidt
offer
en daarvoor in de plaats moet een „rein spijsoffer" komen.
lijken zin slaan, en
dan Christus
moet
sprake van een
is
moeten deze woorden wel op een wezenlijke offerande
Alzoo
hier
op ééne
dit is slechts
offer,
hier geen sprake zijn
want
waarvan
stelt
en
ons
waarin deze eigenlijke wezenlijke offerande bestaat, dan
zal,
aan de kerk van
uw
hij
een
tot
Rome
levende,
:
„Ik bid u dan, broeders, dat
Gode welbehaaglijke
heilige,
redelijke godsdienst". Juist zooals in Mal. 1
:
gij
uwe
offerande,
10, is hier
sprake
van een tegenstelling tusschen zulke offeranden, waaraan de Heere geen lust heeft en die
Hem
heilige offerande, die
niet
aangenaam,
Gode weibehaaglijk
zoekt Paulus niet in iets dat buiten ons
en die andere wezenlijke en
zijn, is
;
maar
ligt,
die wezenlijke offerande
maar
in het
Gode toewijden
van ons eigen lichaam. Daargelaten nu nog, dat de uitlegging ons door de heilige apostelen van Israëls eeredienst gegeven, altoos hierop neerkomt, dat Israëls eeredienst
een
symbolische
dienst
onder het nieuwe zijn.
Kennelijk
der
schaduwen was,
die slechts afbeeldde,
wat
verbond en dienst van God in geest en waarheid zou
zegt
dus de
Heere
bij
Maleachi alleen dit; tot dusverre
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's