E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 341
Derde deel
:
XXXII. HOOFDSTUK
ZOND.
theorie
die
er
toch
het
dat
beweren,
Een
bij.
theorie
die
Eerst door het
want dat onze beste werken voor Dan door het voorgeven, dat
baat,
niet
Gods heilig oog met zonde bevlekt
343
II.
graden kent.
drie
"
blijven.
de volharding der heiligen ons toch een vasten waarborg tegen ontzinking
aan onze zaligheid theorie
Tot
biedt.
men dan
Laat
ons de zonde
doen,
laatsten toestand zijn er
uit de
ééne zondige
den gruwel der Antino-
in de andere oversluipend, ten slotte bij
mianen uitkomt, en met de lieden
uit de
ten leste,
dagen van Paulus roepen gaat
opdat de genade
te
In dien
meerder worde.
dan menschen gevonden,
die jaarin jaar uit zich
aan lastering van Gods naam, aan bewuste oneerlijkheid, aan hoererij
echtbreuk schuldig maken, en u toch zeggen zullen, dat dit
en
met hun
geestelijken
voor de wet
zijn.
staat volstrekt niet in strijd
om
oogenblik buiten ons bestek dit geestelijk
We
zij
dood
ze,
dank
zij
die
kwamen, hoe zonde, nu zoo
den beker der genade hadden ingedronken. Het
rijke teug uit
speuren.
overmits
de lippen, verhalen
weer gezondigd hadden, en hoe
heerlijk ze
is,
Ja ten slotte zijn er enkelen opgestaan, die u met een
lach van geestelijke vergenoegdheid
te
allerlei
monster op
al zijn
ligt
op
-^
dit
sluippaden na
kunnen volstaan met op deze kankerende wonde den
vinger te hebben gelegd, en daarmee
al
zulke onheilige roerselen, die tegen
het leerstuk der Dankbaarheid inwoelen, als gruwelijk voor God te hebben
gebrandmerkt; vooral zoodra ze
uit de practijk
overgaan in de satanische
theorie.
Maar
zeer
ten onrechte
is
het door menig betweter voorgesteld, alsof
de ingenomenheid tegen dit derde stuk van den Catechismus uitsluitend uit
deze onheilige roerselen van ons hart moest verklaard worden. Zoo oor-
deelden steeds en oordeelen nog de vijanden van het Gereformeerde volk,
en ze maken daardoor deze
lijdelijke lieden
metterdaad tot een soort
dui-
Dat er nu hier en daar, vooral onder de drijvende Antinomianen, enkelen onder loopen, die Satan van binnen en een kleed des lichts van
velen.
buiten dragen, zullen
we
niet
ontkennen. Maar zulke geestelijke booswichten
zullen altoos uitzonderingen blijven, en als
men
groep genomen, hooglijk onrecht aan, zoo
drijfveeren
bij
hen
onderstelt.
Dit
doet dezen lijdelijken lieden,
men
gevoelen
geen andere dan zondige
deze
soort
menschen dan
ook wel, en vandaar dat elke bestraffing en elk vermaan van die
vatting.
Wie daarentegen
hen sprak,
in
hun leven
zijde tot
hunne
op-
eenigszins van nabij deze lieden gadesloeg,
met
hen komende, hen volkomen koud
laat; ja,
inleefde, en ze zoo
hen eer
min
of
stijft in
meer kent, komt reeds
zeer spoedig tot de overtuiging, dat er van opzettelijke boosaardigheid
hen geen sprake
is,
bij
dat de roerselen der vroomheid geen oogenblik van
hun hart wyken, en dat de ingezonkenheid van hun
'
zedelijke veerkracht
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's