Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 141

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 141

Derde deel

2 minuten leestijd

XXIX. HOOFDSTUK

ZOND.

Koning

len door den

kwam

niemand

het

gesteld.

den

in

Maar

zin,

terwijl daar

om

143

III.

nu de duizenden aanzaten

denken, dat

te

hem nu van

dit alles

dienaren toekwam. Veeleer was ieders gedachte met de goedheid en

die

van den Koning vervuld, en niet voor

den rijkdom

voor den ongezienen Koning was de

Avondma,al

die dienaren,

van hun

geestdrift

Ge

En

hart.

maar zoo nu

aan het Avond-

ook moet het

bij

liet heilig

maal

in

een der onderdeelen van eene der zalen van 'sKonings

aanzit,

komen

en nu

paleis;

zijn.

zit,

dienaren u aandragen wat

zijn

u bestemd heeft; en ze doen het op de wijze door

woord

koninklyk

Zijn

als ge

is in al

hun doen

hij,

de Vorst, voor

uw Koning

pen en het stuurt hun gang. En zoo moet het dan ook u

Avondmaal dat

schiedt

is hij

doet

hij,

en

door

Want

met

waar

al

het heilig

uw

konink-

wat aan het Avondmaal

ge-

komt u toe van hem. Gods gezeten, maar hij is des.

gij

aanzit, tegenwoordig in zijn instelling,

woord, door

zijn

hun hp

er u toekomt, dat

zelf op zijn troon in het paleis

dienaar,

zijn

wat

al

niettemin, ook in de zaal

bij

alsof ge over die dienaren heen op

zijn,

Gever zaagt.

Gastheer en

lijken

Wel

moede

te

bepaald_

levendig, het leeft op

zijn

genade, zijn majesteit en

zijn Geest.

Als dus dat brood daar aangeboden wordt, dan biedt Christus dat aan.

Het

is

toch

is

En

afgestaan.

Evenzoo

toe.

die

om

wijn

doen

om

Hem

Dan

overgaan.

u daardoor

ook,

hij het,

is

doen zien

te

Hem

nu

hij

liet

brood en den wijn hij

omdat geen mensch ooit macht zou

te heiligen,

gemeen gebruik

het

is.

het op zijn eisch door zijn geloovigen

de zegen die wordt uitgesproken. Niet alleen wijl

brood of wijn

uit

is

nu brengt

dien schat

uit

is zijns

woorden formuleerde, maar

hebben,

en

de wijn, voor geld, dat 'sHeeren geld

evenals

gekocht,

dat geld toegewijd.

en zijns alleen de macht

is,

om

brood

in het gebruik voor zijn heiligdom te

die het brood breekt en

zijn seZ/sofferande

;

den wijn

uitgiet,

priester en offeiiam tevens.

En eindelyk is hij het, die u het brood en den wijn toereikt. En hoe meer het u nu gelukt, bij dit heilig Sacrament in te leven in de gedachte, dat Jezus zelf daar aanwezig geeft,

zoodat ge

Jezus

ziet,

niets

is,

en het brood zegent, breekt en u in de hand

meer van den dienaar

hoe r^ker en in

speurt, en alleen

maar

op

hoe voller zin ge Avondmaal zult gevierd

hebben.

Maar

er is meer.

in en door de geloovigen, die het heilig

maar evenzeer Avondmaal ontvangen en aanne-

men. Dit schijnt wonderbaar en toch

is

De Middelaar werkt

Avondmaal,

in

niet enkel in en door zijn dienaren,

zijn geheel

het zoo; eenvoudig, omdat het

genomen, een beeld

is

van Christus' mystiek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's