E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 218
Derde deel
220
Avondmaal
het heilig
•^
de
maar: „Neemt,
geen eisch
is
In het Sacrament van den heiligen
Avondmaal.
zelf ten
nu
Dit
eet."
is
om
gaan
ziel
tot
moet
dat
om
bij
dan spreekt het vanzelf dat
belijden,
om
maar
te
com-
toch,
Avondmaal
ontwaakt
Avondmaal
het heilig
klein kindeke
is,
niet
de zielsonbekwaamheid. Voor
gang ten
elke
zelfbewustzijn
nu iemand
Zal
doe.
en
ongeschikt-
onbekwaamheid;
de lichamelijke
toch,
de
noodig, dat
waarom men een
oorzaak,
daarop doelden we; doch voornamelijk een zielsdaad
Het heet: „Laat u doopen,"
maar waarom het tevens
kan,
municeeren. Reeds
,
Dit
Doop maar in lijdelijk; het Sacrament van het heilig de Avondmaalganger zelf handelend. Men laat zich doo-
wel doopen
ze
God.
tot
doopeling geheel
Avondmaal is pen; maar men gaat
")
II.
het heilig Avondmaal.
bij
waarom.
reden
de
Ziehier
Ws
stelden: de bekeeiing
den heiligen Doop, wel
bij
XXXb. HOOFDSTUK
ZOND.
zijn,
is
zij,
en alzoo
zijn
Heere en Koning
ivete icat
dit niet kan, tenzij hij ge-
hij
noegzaam ware kennisse van den Middelaar hebbe en met de keuze van hart
zijn
voor dien
klaar en
helder
weet
wat
ze,
men
lijdelijk als
den Doop
aan het
ze
dit
is
Avondmaal doen
heilig
maar
men
dat
gaat. Bij
den heiligen
om
ons
te
bekeeren,
ons
Doop op
is
om
ook,
is.
Bij
gelooven en
vermogen ons
als dit
Altoos zóó echter, dat zoomin
den Doop, sprake
bij
te
Zonder dat vermo-
ingeplant.
is
maar
zijn plaats.
het heilig Avondmaal, als
is,
geheel lijdelijk ondergaat; even
het dus genoegzaam, zoo het vermogen
ingeschapen, dan bij
en dan eerst
de geboorte ten leven, waarvan het ons heilig symbool is
gen zou ook de Doop geen zin hebben;
hier
ziel in
is zijn
omdat de Doop een Sacrament
niet noodig,
zelf niets doet,
het vermogen
is
Eerst dan
bewustzijn van den Immanuël ontwaakt,
Doop daarentegen waarbij
Middelaar gekozen hebbe.
is
van wiskunstige
"^ zekerheid.
Immers nooit kan de kerk beoordeelen, of iemand zich „met waren harte tot God bekeerd heeft," en evenmin kan de kerk beoordeelen of
iemand het „vermogen
zijn
ziel
te
gelooven en zich
de
bezien,
Heere daarvoor
van den eisch
een handbreed afgeweken:
„alleen
bekeerd heeft," bezit recht voor God, ,
zóó uitgedrukt als de liefst
zou zeggen:
gelijk
vroeger
in
is
toch
wie bekeerd
God om;
zit hier al
is
Woord
mag
gesteld heeft.
nooit of
nimmer
met waren harte tot God Avondmaal te gaan. En wel
mag
de fout.
den breede door ons
ja,
ten
is"
^ van den plicht der wedergeborenen, om buiten
zich
om
Catechismus het doet; niet
„alleen
dat ééne woordeke
wie
naar de uitivendige
is
in zijn
zoodanig
als
bekeeren" reeds in
te
zoodat beide malen te oordeelen
draagt;
kenteekenen, die God
Maar hoe ook
om
gelijk
ten
De
men
het thans
Avondmaal gaan. In
heilige
Schrift spreekt,
aangetoond, zoogoed als altoos
zich
te
hekeeren;
niet zonder bijzondere inwerking
natuurlijk niet
van de bekeerende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's