E voto Dordraceno - pagina 269
ZONDAG weten wil wie
hij
is.
XI.
257
I.
Niet uit nieuwsgierigiieid, maar door verwonderinf^
maar
uitgedreven. Niet uit weetzucht,
Ware nu
HOOFDSTUK
zucht naar
uit
heil.
Naam
van Jezus alleen een klanknaam zooals de meesten onzer een klank voor naam dragen, waarin noch zin noch beteekenis zoo
ligt,
die
zou
Naam
die
des Heeren slechts een aanduiding, een zeker
merkteeken, een vingerwijzing geweest
zijn,
om nu
voorts
al
verder
in het
wezen des Heeren in te dringen. Als Eliëzer met de kemelen komt, om voor Abrahams zoon een vrouw te
zoeken,
voor Bethuël
is
ham vernomen
heeft.
alles duidelijk,
Doch
let
wel,
die
zoodra
naam
den naam van Abranaam zei hem niets,
hij
als
want den geestelijken zin van dien naam verstond hij nog niet; en geen waardoor die naam geheel de zaak voor hem opklaarde, was
hetuit-
sluitend de heugenis van vroegere gebeurtenissen en familiebetrekkingen die door dien
naam
Doch zoo
het
In zijn
is
Naam
v/at er in het
is
hem wakker
bij
bij
den Christus
waarheid. Een
wezen
is.
Doch
wierd. niet.
naam noemt,
drukt
uit,
geeft te kennen,
natuurlijk dat kan alleen zoolang er geen
is; maar houdt op zoodra ge wat ge noemen zult, niet waarlijk in zijn wezen kent, óf wel kent, maar opzettelijk anders wilt noemen. Vandaar dat óns noemen zoo waardeloos is. Adam in het paradijs kon nog echte namen geven. Hij doorzag en verstond de dierenwereld nog. En omdat hij 't wezen der dieren doorzag en verstond, kon hij het ook uitdrukken, en in naam weergeven en hoorbaar maken. Maar ons ontging die kennisse. Al wat wij nu nog kennen is van buiten, oppervlakkig, uitwendig bezien. We kennen maten van lengte en hoogte, zwaarte en gewicht, kleur en vorm en wat niet al, maar het
leugen en geen verduistering van kennisse óf
vjezen ontglipt ons.
En zoo
is
het natuurlijk, dat onze
namen zoo weinig zeggen en meest
puur conventioneel zijn. Als booze bitterheid een sc/zeWnaam op de lippen brengt, dan leggen wij er nog zin en bedoelen in, en ook onze ö//namen hebben meest beduidenis.
Maar onze gewone namen niet. Waarom we een boom een boom en een paard een paard noemen, dat weet geen onzer meer. Altemaal zijn het klanken. En als onder de kinderen der menschen de één Comrie en de ander Holtius heet, heeft noch die Holtius ons iets te zeggen. Zelfs onze
E
Voto
I
naam van Comrie noch doopnamen
zijn
doode
die van
klanken 17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's