E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 127
Derde deel
XXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
waarin
als
V
Ef.
:
129
I.
met
26 zégt, dat Christus zijn kerk „gereinigd heeft
het bad des waters door het Woord". Er werd dus zeer terecht naar deze
om
verwezen, ook
plaatsen
doen uitkomen, hoe God ons
duidelijk te
den Doop niet maar enkel „een bloot teeken" voor oogen op het oogenblik de daad doet van ons door dit teeken
stelt,
in
maar ook
iets te verzekeren.
En overmits nu Doop en Avondmaal voor onze Catechismusopstellers één
der
gezichtspunt vallen,
protesteeren
Rome's meening, alsof de kracht brood
water,
dat
feit,
en
plaatsen
wijn zelven zou liggen
Calvijn,
om,
zij
dus de
genadewerking
bij
al
het
ook
Soci^jn,
Wie met Zwingli
Doop en Avondmaal wel een handeling van den maar niet, en wel ten principale, een daad Gods
in
hoort niet
grijpt,
een kunnen we saam geen kerk houden
Evenwel,
min
Tegenover
Gereformeerden zich naast Rome, Luther en
van den geloovige plaats
volgelingen van
niet te
strikt vast.
is,
het Sacrament vast te houden.
bij
geloovige ter eere Gods,
goede
de elementen van
in
maar houden
;
on-
ernstigste tegen
het ook op zeer onderscheidene wijzen, aan een Godde-
staande houdt, dat er
ten
ten
genadewerking
een Sacramenteele genadewerking
er
Zwingli
lijke
dier
wel
ze
hun 19de eeuwsche
geven we voetstoots
toe,
bij
en diens plaats
;
ons is
;
met zulk
veeleer
bij
de
gehalte.
dat er in de Avondmaalsleer van
Roomsche en Luthersche kerk meer waarheid schuilt dan in Zwingli's toch kunnen de Gereformeerden noch met Rome noch met
de
voorstelling,
Luther meegaan.
Over Rome's gevoelen sta hier slechts een kort woord, omdat
bij
de
80ste Vraag over „de Paapsche Mis" deze zijde der quaestie vanzelf broe-
der
sprake
ter
Rome
erkent,
maar nochtans
genadewerking door de
Voorshands
komt.
zij
het genoeg er op te wijzen, dat
zeer zeker een Goddelijke genadewerking in en door het Sacrament
van
hierin
de
rechte
Sacrament
lijn
afboog, dat het deze
komen. In Roomsche Communie ontvangt men, volgens de Roomsche kerkleer, het uiterlijk
zelf liet tot stand
de genadewerking als een kracht die in den ouwel inzit; en wel zoo inzit dat het
brood zelf wordt geacht
Christus.
De genadewerking wordt dus geacht
door
almacht ons voedt met Christus.
zijn
veranderd te
zijn in het
tus zelf
is;
te zien,
maar dat
God
Daartoe doet God een Sacra-
menteel wonder. Dat Sacramenteele wonder bestaat
waant een stuk brood
lichaam van
hierin te bestaan, dat
dit
hierin,
dat
men wel
brood het lichaam van Chris-
men alsnu de genadewerking zich toeeigent, door dat mond te nemen en te nuttigen. Gevolg waarvan is, dat wie
zoodat
brood in den
communiceert op de
wijze,
gelijk zulks behoort,
gevoed wordt. Maar die Christus, waarmee E VOTO DORDR.
III.
hij
met Christus
innerlijk
gevoed en innerlijk gesterkt o
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's