E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 213
Derde deel
XXXb. HOOFDSTUK
ZOND.
men
wien
oordeelde, dat
Doop worden
ten
hij
den staat der genade
;>;
Eon standpunt
toegelaten.
dat alleen wie in den staat der genade
is,
in zoo
was
overgezet,
mocht
volkomen juist,
verre
recht op den Doop heeft
dat het persoonlijk oordeel, of
misgaande,
hierin
215
I.
iemand
al
;
maar
dan niet
in
den staat der genade verkeert, ons niet toekomt. Van iemands staat moet
men
Doch nu eenmaal
afblijven.
Doopers in
de
der
zwang was gekomen,
onze kerken overgaande,
in
nu
lieten
dit persoonlijk
oordeelen en keuren on-
lag het voor de hand, dat ze,
dit zelfde stelsel,
dat ze
bij
den Kinderdoop
varen, overbrachten op het heilig Avondmaal. Bij hun kinder-
kens lieten ze de zaak dus nu onbeslist, en eindigden daardoor met zich
wel aan
dien
Doop het
bij
weer
den
Kinderdoop
eigenlijk geen
waarde hoegenaamd meer heel
om dan
ook aan
toe te schrijven;
hun onhoudbaar
'
ja,
stelsel
edoch
dan nu
Althans tot het heilig Avondmaal mocht niemand opgaan, dan
van wien het was uitgemaakt, dat
Avondmaal had de Heere
heilig
onderwerpen, maar
te
Avondmaal kwam
heilig
op.
''
hij
in
den staat der genade stond. Het
alleen voor de zijnen ingesteld, zoo zei-
den ze terecht, maar hieruit nu trokken ze het onjuiste gevolg, dat dan
niemand ten Avondmaal gaan mocht, dan van wien het
ook was,
dat
metterdaad een
hij
merkt,
vooral
sterkst
gezeten
sommige deelen van ons
land,
waar de Doopers het
hadden, de meening in de gemoederen
hadden gedaan, maar
belijdenis
die die
in
gebleken
kind Gods was. En zoo sloop toen onge-
in,
'•
dat niet allen
hoogstens een zeer enkele van hen,
nu ook door den Heiligen Geest verzegeld was,
maal mocht toetreden. Toch sleepte dit verkeerde gevoelen nog
tot het heilig
Avond-
niet aanstonds de Calvinisten
mede. Dia bleven hun oude practijk nog voortzetten, en den regel volgen, dat een iegelijk die zijn Heere beleden had, ook aan des Heeren disch moest aanzitten. nis
En
ze
konden dien
regel destijds blijven volgen,
omdat de
belijde^
nog zaak des harten was, en de tucht over de kerken waakte. Maar anders
werd
dit
na den keer
die in de
zaken onzes lands kwam. Toen toch eenmaal
de vervolging van de inquisitie ophield, en de Gereformeerde religie door
onze
overheid
als
van het land erkend werd, voegden zich op
religie
eenmaal honderd duizenden wilden meeloopen erlangen. in onze
Van
die
en
bij
gereformeerd wierden,
ure af
is
met de opgaande zon
de kerk, die thans
om
een
goede positie te
dan ook het bederf op onrustbarende wijze
Gereformeerde kerken ingeslopen. Behoorde
in de
dagen der ver-
volging slechts één tiende van de bevolking tot de Gereformeerde religie,
nu kwamen tienden het
er plotseling
nog
hebben onze kerken
onmogelijk
geworden
om
vijf
andere tienden
bij,
en die
vijf
andere
verdorven. Van dat oogenblik af toch,
is
de kerkelyke tucht te handhaven, zijn
in
•
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's