E voto Dordraceno - pagina 370
ZONDAG
358
XIII.
danig eerde. En dat laatste moet er
HOOFDSTUK
IV.
Over een slaaf bijvoorbeeld zijt hem, als hij weerspannig is, opsluit; neen, heer in vollen zin over uw slaaf zijt ge dan eerst, als uw slaaf u op uw woord gehoorzaamt en u als heere eert. Een herder, die zijn hond aan een ketting moet rondleiden en slaan met den staf, is zijn hond volstrekt niet meester; en in vollen zin meester over zijn hond is hij dan eerst, als hij zijn hond vrij kan laten loopen, en toch op zijn fluiten of roepen stipt door zijn hond gehoorzaamd wordt. Er is dus wel geen twijfel, of ook nadat Adam viel, bleef God nog wel zijn Heere, evenals de herder heer over zijn hond blijft, ook al stelt het beest zich nog zoo kwaadaardig teweer; maar toch in de zonde zelve stak een weigering van Adams zij om God als Heere te erkennen. Het was een opzeggen van de gehoorzaamheid. Een zeggen: We willen niet dat deze over ons Heere zij. Het was een vermetele poging om het heerlijk recht van God over zijn creatuur aan te randen, en, voorzooveel dit in onze macht stond, te vernietigen. Waar een Heere is, daar moet ook ontzag en vreeze voor dien Heere zijn. En daarom vraagt -God aan den zondaar: „Ben Ik een Vader, waar is mijn eere, en ben Ik een Heere, bij.
ge niet daardoor ten volle heer, dat
waar
mijn vreeze ?"
is
God
gij
is
en
blijft
zondaren, oVer
alle
Heere over
alle
schepsel
eeuwiglijk,
ook
over
heidenen, en zelfs over alle duivelen en demonen.
alle
En
bewegen kan. Maar overmits het nu Gods wil en bestel is, dat de mensch niet aan een ketting door Hem zal worden rondgeleid, maar als de herdershond vrij zal uitloopen en Hem stipt op zijn woord gehoorzamen, wordt er aan Gods /zeerschappij door den zondaar afbreuk gedaan. Een zondaar blijft wel in Gods macht, maar door den ketting en door de roede. En zoo wil nu God over den mensch geen Heere zijn. Hij wil, dat de mensch
niet één is er,
een
als
dankende
kind liefde
die zonder zijn wil zich roeren of
bij
aan
Hem verkeeren zal, Hem als Heere zal
en uit
stil
ontzag en
in
teedere,
onderworpen wezen.
Door de zonde is de band, die ons, schepselen, aan God als onzen Heere verbinden moest, dus feitelijk wel niet verbroken, maar toch gestoord in zijn werking. Een zondaar, die in zijn hart van God wegtrekt
Gode
en
Hem
als
En nu
vijandig wierd, kan
Hem
de eere en de vreeze niet brengen, die
Heere toekomt. is
dit het
God in zijn weg den Middelaar
Middelaars-mysterie, dat de Drieëenige
ondoorgrondelijke barmhartigheden langs heel anderen
Heere over ons aanstelt; ons op die wijs weer went aan het hebben van een Heere over ons; en ons alzoo ongemerkt er toe opleidt, om ons als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's