Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 178

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 178

Derde deel

2 minuten leestijd

180

woord,

men

dat

toch

gaan naar de Mis

al

beweren we

lijk

we op zoo

I.

kunt ge dan nog naar de Mis gaan?" dan ontvangt ge ten

wereld

is,

XXXa. HOOFDSTUK

ZOND.

het

het

dat zelfs

zij,

men

waartoe bij

zich

kan leen en. Natuur-

de meerderheid

het „ter Misse gaan" nu nog in

dat

beding van

eerste

zijn

is

dat het zoo

niet,

feit,

voor

iets

het minste

die niets

alle niet

ant-

godsdienst moet doen, en dat het

is.

Slechts wijzen

Roomsche landen

breken met de „Christelijke religie"

hoegenaamd meer verstaan van wat met de Mis

bedoeld wordt, er zich toch nog toe leenen.

nu was natuurlijk

Dit

eeuwen was

ge ,

eensluidende. in

hart

zijn

dus de Mis het

eeuw nog

Roomsch geweest.

alles

Men kon

veel sterker het geval.

Christelijk en

niemand denken,

zich

die

Lan-

Roomsch waren

nog eenige godsvrucht

en niet de Roomsche ceremoniën eerbiedigde. Wie

behield,

verzaakte,

daardoor in het oog, als een goddelooze, en

liep

dat de volkswoede in de dagen der brandstapels, en schavotten

feit

vaak tegen onze Gereformeerde martelaren keerde, kan alleen

zoo

zich

in de 16e

mannen door de

verklaard uit het onbestemd besef, dat deze

Mis te ver-

achten zich geopenbaard hadden als verachters van God en

zijn

Woord.

Vandaar dan ook dat onze martelaren op het schavot telkens weer de betuiging herhaalden: „Wij zijn geen verachters van de Christelijke

religie.

Integendeel, wij sterven voor de belijdenis van Christus als onzen Heiland

en Heere."

daarom echter kostte het

Juist

men iemand bewegen

om

kon,

in die

zijn

soms de slingeringen van het gemoed

het

Roomsche geloof wel inzagen, en toch

den

;

roerenden

bleef

bij

veel, eer

Aandoenlijk

te blijven.

hen, die het verkeerde van

tot dien stap niet

komen

kon-

en rusteloos hebben onze toenmalige voorgangers zich in brieven en

gesprekken

Iets

dagen zoo ontzaglijk

van de Mis weg

tot

deze

ernst

te

zwakkere broederen moeten wenden,

om

hen met

overtuigen dat ze met de Hiërarchie breken tnoesten.

wat daarom nog

te

van de Mis gevaar

banger inspanning vorderde, omdat wie weg

liep

rechtbanken aangeklaagd

te

van aanstonds

bij

geestelijke en wereldlyke

worden, en zich den weg

te zien

ontsloten

naar het schavot. Dit nu drong de toenmalige Gereformeerden,

om

rusteloos het onware,

het onschriftuurlijke en het afgodische van de Mispraktijk in het lichtte

en

stellen;

wierd

ze

iegelijk

telkens

anders

die

en

telkens

bedoeld,

toch

weer aan feitelijk

te

toonen, dat de Mis, ook al

op afgoderij uitliep

;

en dus een

haar bijwoonde, schuldig stelde aan zonde tegen het eerste

en tweede gebod.

Maar

in

thans kan

dien toestand verkeeren

men nog

we

thans niet meer. In ons land

zeer wel als Christen te goeder

faam en naam

al-

te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 178

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's