Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 343

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 343

Derde deel

2 minuten leestijd

;

ZOND.

XXXII. HOOFDSTUK

345

II.

elke poging, die niet uit dit drijven des Geestes voortkomt, toch nooit tot

werk, dat goed voor God zal zyn, leiden kan. Dit sinart hen

eenig goed

dan wel, en hun

maar

klaagt er wel over voor den Troon der genade;

ziele

hun onrust met de verkeerdelijk aangewende gedachte,

ze stillen dan

dat zoo ze waarachtig uitverkoren zijn, die zonde toch eindelijk /mu zonde

meer

niet

want dat de Heere

is,

rukken, en

laat

dat

het rantsoen

van de ontvangenis

dekt,

Een

maakt

blootgelegd,

willen

keerden

vloeit hier

dan ongemerkt

in.

onze volgende hoofdstukken zal worden

in

om

elk streven,

Nu zouden

wet.

der

veeleer

hun zonde

bracht, al

zich op de dooding der zonde toe te

hen den indruk, alsof men hen weer drijven ging met den ^

op

geesel

ze dit

ze hier op zichzelf niet afkeerig

van nature wel; maar ze hebben

toestand beproefd.

Ook

minden

al

van

zijn;

hun onbe-

dit in

ze de zonde in haar vrucht,

toch hebben ze de zonde als zonde nooit liefgehad, en zich veeleer ingebeeld,

dat

om

er best in slagen zouden,

zij

door inspanning van eigen

kracht allengs hun verkeerdheden te boven te komen, en zich zelven

goede brave menschen.

te zetten in

niet eerst tegen de slavernij

inbeeldde,

dat

hij

Zoo

macht

hield,

Het hart verstikt zich dan

aan de proefnemingen

is

geen einde;

men

om

heeft,

van

men kan zekere

Wet aan

zijn

en doelloosheid van

poogt en streeft en tobt en tot

aanmerke-

al

ons

te

openbaren, of de volstrekte ijdelheid

zulk pogen treed klaar en helder voor ons.

o,

Ja,

op die wijs, wel een deugd-mensch worden; en het ook wel tot

mate van zelfingenomenheid met eigen braafheid en goedhartig-

heid brengen

;

maar zoodra de komt te

het aangezichte Gods

ziel, in

staan,

het heldere licht des Woords, voor valt dit alles als een looden wicht

op ons hart terug; het verhoogt onze onrust; en het einde

mensch op

al dit

tobben met de

Wet den

zich als de tollenaar op de knieën te

de alles prijsgevende smeeking:

En

sla-

voornemens

vorderingen; maar nauwelijks begint Gods majesteit zich in de geeste-

lijke diepte

om

en zich niet

de keten dezer

in zijn goede

soms brengt men het metterdaad aanvankelijk

worstelt; en

om

er bijna geen dronkaard, die

is

van den drank gestreden

het altoos in zijn

vernij af te werpen.

lijke

dan

7

hand

zijn

aan hun dood.

tot

Door een misverstand, dat

kinderen uit

zijn

Immanuël

dat

minder gewichtige overweging

niet

leggen,

van

niet één

eerst

leeft

de

„o.

is

dat deze brave

vloek van zijn eigen hart

werpen en vrede

te

legt,

zoeken in

God, wees mij arme zondaar genadig."

moegestreden

ziel

uit

het

verborgene

onzes

harten op. Hierdoor nu heeft zulk een bekeerde

ziel

van

met de Wet den doodschrik gekregen. Helder

dit

leerde

tobben en worstelen zij

het,

door bange

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 343

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's