E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 176
Derde deel
zijds iets
beter
iveten
stellen
van meet af
pasten
kerken
iets
we
voorzooverre
en
;
doen, handelen tegen
dit 7iiet
zij
„Geuzen" en „Doleerenden" daarentegen
in.
krenkends inhielden, en opzettelijk
zin gebruikt wierden al
I.
gewraakt wordt, maar in welks omschrijving voor hun besef nooit krenkends kan liggen; overmits ze metterdaad op de Haagsche Synode
hun hope
al
XXXö. HOOFDSTUK
ZOND.
178
;
namen,
zijn
in dien
krenkenden
wat ook van den naam „Doleerenden"
iets
die
geldt,
ook
dien zelven, evenals onze vaderen uit de 17e eeuw, op onze
toe, gelijk
voor niemand een geheim
is,
naging wat vriende-
die
lijke woordspelingen het etymologisch vernuft onzer tegenstanders al van
dezen •
naam gemaakt
Engelsch
den"
al
kwam
van
Een wetenschappelijke man dorst
heeft.
een
zelfs in
zwart op wit drukken, dat deze naam ..Doleeren-
tijdschrift
Latijnsch woord, dat
een
cJoliis.
„list
en bedrog"
be-
leekent.
Hieraan nu was het toe
uitdrukking ..Paapsch" die
te schrijven, dat de
midden der zestiende eeuw nog de eenvoudige aanduiding van de is gaan worden; ongeveer in ge-
in het
HiërarcMe was, allengs een scheldwoord lijken zin. als
den
als
feilen partijstrijd vergat
scheldwoord bedoeld en gebezigd wierd. In
men
en gebruikte het alleen
wilde, te
waarin Geus
allengs
nog
wat .Paapsch"
als een boos. vinnig
rescontreeren. Die booze, vinnige beteekenis
allengs de heerschende geworden. Als
bedoelde
sprak,
men daarmee
minachting en verguizing
men van
van het woord
te
is
daardoor
de pastoors als van „papen"
deze leidslieden der
prijs
eigenlijk zeggen
woord van Geus
Roomschen kerk aan
geven; ook nadat
men
de oorsprong
was, en voor de geestelijke polemiek tegen de
dit woord vergeten Roomsche Hiërarchie niet het minste meer
van
gevoelde.
En zoo
klinkt ons
thans deze term van „Paapsch" uit de historie der 16e en 17e eeuw niet anders in de ooren, dan als de scheldnaam, waarmee men onzerzijds de tegenpartij zocht te brandmerken.
Juist dit echter maakt, dat wij thans dit .
Een
Christelijke
kerk scheldt
den bittersten vijand. beteekenis
den
niet,
en verbiedt
niet
Pauselijke Mis."
nooit
En
wie er nog
alle uitschelden
ook van
aan
nu
bij
de vertaling van
hebben,
maar geschreven hebben: „de
volgt, dat
thans zich zelven als Christen
gebezigd
hieruit lust
meer bezigen mogen.
..Paapsch" reeds omstreeks 1560 den zin en de
gehad, die het nu heeft. Datheen zou het
Heidelberger
onteert,
Had
woord
heeft,
om met
zeker onheilig genot die
bij-
voeging van „Paapsche" voor mis te herhalen.
Het zullen
is
om
die reden, dat
ook
wij
ons van deze byvoeging onthouden
en alzoo eenvoudig spreken van de Mis. Zelfs laten
we
hierbij
den
term van Pauselijke Mis achterwege, omdat ook deze bijvoeging een niet indruk maakt. Spreekt men toch van „Pauselijke Mis,"
geheel juisten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's