E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 328
Derde deel
330
XXXI. HOOFDSTUK
ZOND.
XII.
maar dat voor God
grootheid onzer zonde, hetzij in belijdenis of wandel,
ons hart alleen verwerpelijk
mag
Nooit
heid.
vergeten,
dat
ook
ze
is
om
onboetvaardigheid en onbekeerlijk-
zijn
de openbaring van de ontzettendste zonde
bij
Heere gesproken heeft:
de
scharlaken, Ik zal ze
maken
„Al ware
Komt
als witte wolle."
uw
dus
dat een broeder of zuster in schrikkelijke zonde verliep,
zonde rood als
te harer
kennisse
maar vindt
ze dat
deze zuster of broeder over de vreeslijkheid dezer zonde geheel verbrijzeld
en
verslagen
met een Ezaus-berouw, maar met een droefheid
niet
ligt,
nam
des harten naar God, en zijn toevlucht
huis
tegen de zonde en de ongerechtigheid geopend
Israëls
voor het
tot de Fontein, die
zoo
is,
is
er
voor kerkelijke censuur of straf geen plaatse meer, want het eenig doel, dat de censuur of disciphne eer
mag pogen
zich in de zaak mengde. Alleen
zij
broeder of zuster, die
te bereiken, is
mag
dan reeds bereikt
ze dan eischen, dat zulk een
kwaad gerucht over de gemeente had gebracht en
haar vrede verstoord, op een of andere wijze door openlijke belijdenis van en
schuld
boete de gemeente weer gerust stelle en aan Gods genade de
eere geven.
Een tweede beginsel waarvan de kerkelijke dat iemand
ook na wedergeboren
Haar onderstelling mag dus
daarom
niet
te
is,
hebben,
uitvalt uit zijn staat.
wezen: „Nu deze
een dwaalleer of in zulk een zonde
zulk
in
moet uitgaan
zyn en zich bekeerd
te
zeer diep vallen kan, zonder dat hij
discipline
man
viel, blijkt
of deze
vrouw
het en staat het
dat ze niet uitverkoren, dat ze bloote hypocrieten zijn, en uit dien
vast,
hoofde voetstoots uit de
gemeente moeten gebannen worden;" eer moet
ombekeerd ondersteld, dat
die viel een geloovige
en
verviel
voor
dat
echter,
uit
wien daarom op terugkeer
aanmerking van
tot
is,
die
genade
daarom nog
niet
hopen
Zoo
te
is.
diepen val zekere aarzeling oprijst,
zijn
en de mogelijkheid onder de oogen moet worden gezien, dat metterdaad deze
zondaar of zondaresse niet
kind
is
En
derde
waarvan moet uitgegaan, bestaat
beginsel
een ingeslopen en uitgebroken
denkende, dat Gods genade dat
de
kerk geroepen
branding, lijdelijke
maar
is
maar een
des verderfs.
het
men
de gemeente Gods hoort,
bij
hetzij tot
is,
geroepen
roeping
het
kwaad
om
te
hierin, dat
raag laten geworden,
daarentegen wel medicijn zal bieden, maar
om
in
Naam
des Heeren actief, hetzij tot
mag
uit-
niet als
met de handen in den schoot blijven zitten, handelen. God heeft haar daartoe de macht en
gegeven en de middelen te
niet
genezing er van op te treden. De kerk
toeschouweresse
de
kwaad
kunnen inwerken.
te harer
beschikking gesteld,
om
op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's