E voto Dordraceno - pagina 119
ZONDAG gedachte moet geheel en
107
II.
den weg. En daarom spreekt de Cateuit, dat het ons alles van God is
uit
al
HOOFDSTUK
VI.
chismus het thans met zooveel nadruk geschonken. Het ,,zoo
lief
God de
heeft
wereld
gehad,
eengeboren Zoon gegeven heeft" moet grondgedachte
„Van God
denis van het heilswerk blijven.
alles
in
dat
Hij
zijn
heel onze belij-
en niets van onze zijde!"
moet den toon blijven aangeven van het lied van onzen jubel.
En waar nu de Catechismus
zelf
aan de wetten van het genaderijk
zoo klaar en duidelijk de gestalte van den Middelaar had uitgemeten, en ons menschelijk denken, zich op die kennisse
allicht verheffen kon door wanen, dat hiermee reeds half de Middelaar gevonden was, moest het thans te ernstiger en met te meer klem uitgesproken, dat ge met al deze uwe wetenschap nog geen stroospier vordert, want dat al wat ge in of door den Middelaar hebt, u van God is geschonken. te
„Middelaar" hier
de nog gansch algemeene naam, waarmee de Catechismus
is
zeer terecht den
op deze plaats en
Men bedenke
Christus inleidt.
bij
dat hier
toch wel,
deze vraag nog geen de minste sprake komt van
Die wordt pas bij de Geloofsnog geen oorzaak om de Vleeschwording uitvoerig te bespreken; want die komt aan de orde in Vraag 35. Hier op deze plaats en bij deze Vraag mag in al dat bijzondere nog niet afgedaald, en moet juist het algemeene gezichtspunt streng worden een
uiteenzetting
der
Verlossingsleer.
behandeld. En ook
artikelen
gehandhaafd. Het
ontvouwd
is
staat te
de zake tusschen
worden.
de Catechismus u later
daaraan nog
hier
is
niet toe.
in
Wat
in
is
hij
haar algemeen gezichtspunt voor
gende
in
uw
te
te
juist dit
slechts bezig
stellen.
Aan
om
den
kant
éénen
alle
hij
gij
den
nederlig-
godzaligheid, het doelt alles op
Heere Heere en
zijn
menschenkind hangt.
omdat nu de Catechismus, zonder voorshands dieper alomvattende staan
naam, waarmee
De naam
is
u de zaak uit
zonde en ellende.
die ééne zake, die tusschen den
En
nog
doen hebt, en daartegenover
Alle godsdienst, alle godsvrucht,
bij
en den verloren zondaar, die
bijzonderheden doen zien. Maar thans
Thans
levenden God, met wien ge
God
die zake in zal blijken te zitten, zal
zelf
hij
van
blijft,
is
Middelaar de van
zelf
in te
dringen,
aangewezen
den Christus hier voortbrengt. ,,
Middelaar" duidt
twee personen hangende
is;
juist aan, dat er
een zake tusschen
dat deze twee gescheiden liggen; en dat nu
Middelaar tusschen die beiden inkomt. Een Middelaar" is niet een Middelaar van éénen, maar van twee, zegt ons de brief aan de Galaten (III 20), en in den brief aan Timotheus schrijft ons dezelfde apostel: „Er
hij
als
,,
:
is
maar één Middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus
Jezus."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's