E voto Dordraceno - pagina 217
ZONDAG van den Heiligen Geest
we de
in
HOOFDSTUK
IX.
het menschenhart
grens en klove tusschen
205
IV.
zijn,
maar
juist
eerst
als
God
en het schepsel absoluut stellen, peilt een kind der menschen althans eenigszins de onvergelijkelijk hooge eere
en genade, die door deze driedubbele zelfmededeeling van den Eeuwige
we mensch noemen, bewezen is. moet dus verre van u blijven, alsof door iets van dit alles ooit de volstrekte grens tusschen God en mensch wierd opgeheven. Zelfs als de Zoon Gods vleesch is geworden en als mensch op aarde omwandelt, liggen ook in zijn persoon de goddelijke en de menschelijke natuur nog altoos volkomen en volstrekt gescheiden, en is het dweeperij en wijsgeerige waanzin, zoo men deze beide ook maar eenigszins in hem vermengt. De Schepper en het schepsel staan in volstrekten zin tegen elkander over. Bij den Schepper alle macht, en daarom Hij God, de Almachtige, en omgekeerd bij het schepsel niets dan volstrekte afhankelijkheid, in het schepsel niets dan wat ontvangen wierd en alzoo het schepsel in zich zelf volstrekt van alle macht ontbloot. aan
dit nietig
wezentje, dat
Alle gedachte
En dit nu, deze volstrekte, onpeilbare diepe klove tusschen God en mensch neemt ge weg en heft ge op, zoo ge ook maar iets afdingt op de schepping uit niets. ,, Roepen de dingen die niet zijn alsof ze waren", gelijk we in Rom. IV 17 lezen, of ook de belijdenis: ,,Door het geloof verstaan we, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzoo dat de dingen die men ziet niet geworden zijn uit dingen die gezien worden", gelijk Hebr. XI 3 het uitdrukt, is hiervoor de Schriftuurlijke zegswijs. :
:
Ernstig protest dient daarom aangeteekend tegen de hand over hand
toenemende dwaling,
weer de zinnen en hoofden vooral onzer wat is en leeft, ja wel door de aandrift van een Onuitsprekelijke Wijsheid zou gevormd zijn, maar zoo dat de stof waaruit de dingen gevormd wierden dan toch van eeuwigheid bestond, i) Nieuw is deze vondst volstrekt niet. Eer is ze zoo oud als 's menschen denken. Zelfs is er in de wijze waarop het formeeren uit deze stof van die thans
dusgenaamd meer-verlichten
al
verduistert, alsof namelijk al
het geschapene wordt voorgesteld
bijna niets,
dat niet ook reeds
in
vroeger eeuwen den geest van schrandere maar vermetele denkers verblind heeft.
En
al
wat onze
tijd,
vooral onder Darwins leiding, aan de oude
voorstelling toevoegde, bestaat in
^)
de verzameling en rangschikking van
De vroeger meer gangbare ketterij, alsof de meiischenziel een uit God uitgevloeid van zijn Wezen zou zijn, wat men emanatie noemt, vereischt in onze dagen
deeltje
geen opzettelijke bespreking meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's