E voto Dordraceno - pagina 446
ZONDAG
434
En
dit
Verbond
HOOFDSTUK
II.
we met Hem in een Verbond. we Hem schuldig
de derde plaats, staan
In
verbond.
XVI.
krachtens dat Verbond zijn in
Adam op
In het al
Werk-
wat we
bij
ons hebben genomen.
is Hij onze Vader, en zijn wij als zijn kinderen aan dien Vader schuldig alle gehoorzaamheid. En in de vijjde plaats zegt Hij tot zijn volk: Israël, Ik ben uw Man en zijn wij Hem deswege schuldig de volkomen overgave onzer
de vierde plaats
In
liefde.
Waar dan
nog bijkomt, dat Hij als onze Rechter zit, en dat we op elk der vijf genoemde punten bezweken zijnde, en niet hebbende geleverd wat we hadden moeten leveren, op elk d^r vijf punten voor Hem schuldig staan en onder het oordeel vallen van zijn wet en vonnis. Wanneer derhalve de Schriften en de Formulieren van eenigheid van het betalen van Christus als Borg spreken, dan sluit deze betaling de volheid in van deze vijj onderscheidene schulden; en volstrekt niet, wat zoo
menig
eindelijk in de zesde plaats
ongereformeerde
zich
strajschuld zon hebben gedragen,
geschoten. Neen, Hij heeft
in
inbeeldt,
alsof Christus, ja wel
onze plaats
als
onze
Borg zou zijn tekort onderdaan aan den Souverein,
maar voorts
als
aan den Bezitter of Schepper, als verplichte door het Verbond, aan den Bondsinsteller, als kind aan den Vader, en als de getrouwe aan Hem, die Israël getrouwd had, alles gekweten wat wij hadden moeten kwijten. En nooit mag gezegd, dat Christus wel het pijnlijke en voor als lijfeigene
ons
onmogelijke
onze
in
deed en leed, maar zoo dat wij nu Wij vullen niets aan. We gaan in tot
plaats
het overige zelven aanvullen.
een volbracht werk.
nu
leeft
inzijn.
En
het
is
uit
dat volbrachte werk, dat
en ademt, bidt en dankt, geniet en liefheeft. Het
Mystieke
unie
met
Immanuël.
Het
zijn
van
is
ééne
Gods kind in
Christus
plante
met
Hem! dan ook het volle licht op wat de Catechismus zegt, dat Christus daarom in den dood moest gaan, omdat „voor onze zonden niet anders kon betaald worden dan door den dood des Zoons
En zoo
eerst valt
Gods". Deze betaling, zegt de Catechismus, moest geschieden „om de waarheid en de gerechtigheid Gods", een opmerking die van hooge beteekenis is. (zoo gij van Mij In het paradijs had de Heere gesproken: „Gij zult afvalt) den dood sterven!" Satan had hiertegenin gezegd: „Gij zult den dood niet sterven, maar God weet, dat ten dage als gij daarvan eet, zoo zullen uwe oogen geopend worden en gij zult zijn kennende het goed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's