E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 201
Derde deel
HOOFDSTUK
ZOND. XXXff.
geweest,
dienst zijn
zou
en-
203
IV.
de vermelding van deze hoofdzaak niet
hij
hebben kunnen overslaan. Vinden we nu in Justinus twee uitlatingen, de ééne in
Apologie, waarin
zijne
eeredienst
en
geeft,
andere een losse uitlegging van een Schriftuur-
de
waarin slechts
plaats,
van brood en wijn wordt gewag gemaakt,
ter loops
dan spreekt het toch vanzelf, dat reeds
zwang was,
in
om
ik,
weten
te
of destijds het Misoffer
mag
mij niet op de tweede plaats
houden moet aan de
mij
maar
beroepen,
waarin duidelijk de geheele loop van den
eerste,
mij geteekend wordt.
eeredienst
ons een schets van den toenmaligen
hij
En nu vindt men
in Justinus'
mededee-
my-
ling in zijn Apologie (1.66) wel een uitspraak, waaruit blijkt dat de
opvatting van brood en wijn reeds destijds ingang had gevonden,
stieke
maar van een
Misoffer spreekt
van den eeredienst, Misoffer
uit.
hij
heel geen woord; veeleer sluit de gang
gelijk hij dien toekent, de mogelijkheid zelfs
De plaats
de Eucharistia genoemd, waaraan niemand deel
waar
looft dat
wat
is,
van een
Justinus luidt alzoo: „Deze spijs wordt
bij
wij leeren, en die
mag nemen, dan
afgewasschen
is
in het
ons
bij
die ge-
bad der
verzoening en der \vedergeboorte, en zóó leeft als Christus bevolen heeft.
Want we nemen Christus door het
deze
spijs,
vleesch geworden
van ons
heeft, ter wille
is
en ons vleesch en
zoo leeren
we ook
dat
vleesch en het bloed van den vleeschgeworden Jezus
het
waardoor ons vleesch en bloed,
zijn,
heil;
gelijk Jezus
waarover door het gebod van hetzelfde Woord de dankzegging
uitgebreid,
is
Woord van God
bezeten
ons bloed
maar
brood niet als gewonen drank;
dit
manier van mutatie, gevoed
bij
Avordt."
Kennelijk lag dus hier reeds
mystieke opvatting, die de
elementen
is
Justinus in de 2e
eeuw hot spoor der
later geleid heeft tot de algeheele
met den
transsubstantiatie
bij
Christus,
en
vermenging van
waaruit ten slotte het dogma der
voortgekomen. Hierover echter
is
reeds in onze vorige
hoofdstukken genoeg gezegd, toen we de woorden bespraken: mijn lichaam." Op
dit
punt toch
verschil over de zaak;
komt.
is
onze
strijd
dan tegen de Lutherschen. Tusschen
andere
Zoo Roomschen
met het
maar als
En
al
alleen over de ivijze
het verschil
waarop de zaak
in zich
zijn
verheerlijkte
geen
tot stand
menschelijke
eet,
opneemt, en dat wel
met de Lutherschen
Lutherschen zich op de alomtegenwoordigheid van
aan
is
tegen de Roomschen geen
die beide toch bestaat
Lutherschen belijden, dat wie den ouwel
eten van dien ouwel den Christus
door den mond.
,,Dit
ligt hierin,
dat de
Chi'istus, die zich
ook
natuur zou hebben meegedeeld, be-
roepen, terwijl de Roomschen, van zulk een verklaring afziende, kortweg
een
onbegrepen wonder poneeren, waardoor wat brood en wijn was, de
Christus
in
eigen
persoon wordt;
zij
het ook dat voor ons zienlyk oog
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's