E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 238
Derde deel
XXXÖ. HOOFDSTUK
ZOND.
24:0
JV.
Veelal toch wordt het opgevat, alsof de kerkeraad wel toe te zien heeft, dat
niemand aan het
heilig
niet
ook omgekeerd
waken
nu
dit
ook
is,
den toegang
bij
Avondmaal
hem
broeder,
vermaand,
die
maal
te
van achteren
heben welnu, dan
op
tot zijn
God
tot tijd
dan
op
om
houden zelfbeproeving,
en in dat geval
hij
om
den
te
hiertoe
Of eindelijk bleek
veel
te
nog
hem van zyn
volkomen
God de Heere heid
iemand
het, dat het
Avondmaal
blijft
allerlei
onge-
om
zulk
maar
uit zijn
gold, die
die,
na
ge-
biecht,
om
het de roeping van den
is
hem
tot belijdenis
verborgen zonden af
te
van zon-
manen, en hem
vergiffenis en barmhartigheid voor te houden,
ons in Christus heeft toegebracht en in
zijn
die
lankmoedig-
Want wel hebben onze Gereformeerde kerken
aanbieden.
ons de zonden
te
vergeven,
en wijl vaak de practijk van de
deels tot veel werktuiglijkheid deels tot veel onkieschheid leidde
maar daarom hebben onze kerken toch nooit den de zake onzer
moet
ziel alleen
blijven tusschen
y
zichzelf ontdekte,
bij
zeer terecht de Biecht afgeschaft, omdat het aan geen menschelijk oordeel staat,
L
geldt, die zich
iemand
gaan,
te
verborgen zonden
zulk een broeder op te zoeken,
brengen, die
de kerke-
alsnog zich met waren harte
en daarom zichzelven onder censuur plaatste, dan kerkeraad,
is
komen, en het hem verleende
terug te
ten heilig
,
op die onwaarachtige belijdenis
toeliet;
en wijle
Avond-
met waren harte tot/
vermanen en met Gods genadige hulpe
te
te beuren.
wel lust en zin had
l
een
zulk één een valsche
het plicht en roeping van den kerkeraad,
is
een toe te spreken en inzinken
hem
bekeere. Is het daarentegen dat het
terugviel,
zijn
eerst het laatste
Heiland bekeerd had, maar die sinds inzonk en
tot zijn
loof
Neem nu
blijkt zich niet
Avondmaal
oordeel
zijn
recht terug te nemen,
wel
is hij
belijdenis tot het heilig
blijkt hieruit, dat
belydenis deed, en dat de kerkeraad
verplicht
omdat
is
terechtgewezen of getroost moet worden, of wel
ten onrechte tot het heilig
raad
ten
niet
Avondmaal
en in heide gevallen na
de broederschap niet hoort.
toegelaten, die
is
God bekeerd
die ten
onverschilligheid of wel
denk u dat iemand door openbare
geval, en
het dus de pUcht van
is
iemand
toch:
het opgaan verbiedt;
sc/iij'wbroeder, die in
niemand
„Die opent en
op degenen die wel en op degenen die
te zien
Avondmaal komen. Van tweeën één toegelaten blijft duurzaam weg uit consciëntie
sluiten
van de sleutelen sprake
in de Heilige Schrift
saam worden gevoegd; en niemand opent." Wel terdege
den kerkeraad, toe
een
Openen en
v
En
wel hoort.
er
in rechtstreeksch verband,
bijna altoos die twee
sluit, die sluit
maar
die er niet hoort,
kome wie
dat er
lieeft,
tot het
dan ook steeds waar
gelijk
Avondmaal kome,
uiteraard een gansch onhoudbaar standpunt.
is
staan
te
ons zelven aanging, en
God en ons
hart.
Dit toch
stelregel gepredikt, dat uit dien
ware
hoofde een zaak
heel de kerk om-
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's