E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 223
Derde deel
ZOND.
En
ten.
men dan merkt hoe
als
maar
tige belijdenis,
dan
XXX&. HOOFDSTUK
men
verliest
225
II.
de kerk zulke jongelieden, na zoo plech-
en rustig in een onbekeerd leven laat voortleven,
stil
)-
en ontzag voor de handelingen der kerk,
zijn eerbied
en eindigt met zoogoed als niets meer aan al zulke betuigingen en plechtige
vormen
hechten.
te
dien jammerlijken toestand begint dan het uitkomen
In
mag
keering, zoodra het zaak des harten te dragen.
Het vyordt dan toch
maar
over de wei-eld, die
met ons
anderen lijd
wel
heeten
En omdat men
men
overmits
meer een getuigen voor Jezus tegen-
nu
dit
van de personen
men zeggen
alsof
wilde
:
Die
maar doen het niet. Ik daarentegen been heb mij met waren harte tot hem bekeerd.
niet
kan uitspreken door een tweede
„aangenomen"
reeds
zijn,
belijden,
te
Heere van harte
den
voor zijn be-
een geheel ander karakter
tot op zekere hoogte een oordeelen
uitwendige kerk
de
in
niet
zijn,
is,
belijdenis
zoo kan het niet anders, of die
i
tweede en ware belijdenis zou dan liggen in het opgaan ten Avondmaal
gang naar het Avondmaal een zekere aanprijzing van „Die heilige ben ik" En dan natuurlijk is heel het > Avondmaal ondersteboven geworpen. Want wat aan het heilig Avondmaal
en
zou
zoo
die
ons zelven worden:
ook nog
te
dulden ware, geestelijke zelfverheffing en hoogmoed des har-
ten nimmer.
Om
deze
nu
reden
met
inkleedt, en begint
Catechismus
het, dat de
is
zijn
antwoord anders
wijzen op die nederige gemoedsgestalte, die in
te
ons wordt teweeg gebracht door de oprechte erkentenis van onze zonden.
Want het
zoo
natuurlijk,
Avondmaal
en kloek als steeds moet volgehouden,
fier
middel
niet een
is,
om
tot geloof
en bekeering
te
dat
komen,
maar integendeel vooraf openbaar geworden geloof en voorafgaande bekeering onderstelt, even beslist moet vastgehouden aan de strekking van alle Sacrament, w. „om ons geloof te sterken" Nu kunt ge niet t. wat
sterken,
er niet
wat ge gaat
en alzoo moet er geloof aanwezig
is;
sterken,
doet zich
niet
als
sterking door het Sacrament overbodig ten
Avondmaal
looven het
en zich
met
staat,
gaat, het niet verheelt
en
zijn
bekeerd
geloof en
dat
te zijn
wel verre
hij,
hebben,
verminkte,
komt,
al
zijn
voor,
De zaak
maalganger naar
zijn
E VOTO DORDR. UI.
want dan zou de
.
hij
weet
zoo
zwak en
te ge-
treurig geschapen
aan komt
te gaan, veeleer
is
Heere en
verliezen.
„Ik
hem
als
V
een kranke,
niet
geloof, Heere,
te
hulpe
kom myn
de toon, die uit het hart van den Avondzijn
God
roept.
Het Avondmaal 15
is
dus
y
/
dus deze, dat wie
van met zekere zelfverheffing en met een
zullen
ongeloovigheid te hulpe," dat
y
Maar ook
maai' tegelijk er voor uitkomt, dat
een ingezonkene, die vreest, als God geloof te
is
noch verbergt, dat
bekeering
hooge borst onder de schare op een
sterk
zijn.
zijn.
}
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's