E voto Dordraceno - pagina 360
ZONDAG
348 ingedrongen, en heeft
in
HOOFDSTUK
XIII.
Zwitserland,
II,
Frankrijk,
in
in
Engeland en
in
ons land de denkende geesten op een dwaalspoor geleid. Ten onzent zag
men
dit het eerst in
en straks
De
in
de Groninger godgeleerden, daarna
de Ethischen, gelijk nu weer
pantheïstische trek
is
in
al
in
in
de Modernen,
de volgelingen van Ritschl.
deze richtingen de kenmerkende. Nergens
een grens meer. Alles ineenvloeiing.
Uitgewischt de grens tusschen den goddelijken en den menschelijken factor in de Heilige Schrift.
Uitgewischt de grens tusschen leer
den Schepper en het schepsel
in
de
van een eeuwige schepping.
Uitgewischt de grens tusschen
God
van het Beeld Gods. Uitgewischt de grens tusschen een bekeering na den dood. Uitgewischt
de
grens
tijd
tusschen
en mensch
in
de valsche uitlegging
en eeuwigheid, door de leer van
ziel
en lichaam, in de leer van de
Geistleiblichkeit.
Uitgewischt de grens tusschen het
natuurlijke
en
het
genadeleven,
door het loochenen eener absolute wedergeboorte. Uitgewischt de grens tusschen Israël en
de
heidenwereld,
door
een
naturalistisch proces van alle godsdiensten.
Uitgewischt de grens tusschen kerk en wereld, door de leer van een volkskerk, waarin nagist wat in het volk gist.
Uitgewischt de grens tusschen een
,,
wijsheid
Gods" en „de wijsheid"
der menschen, door een kwansuis „gelooA/ige wetenschap".
Uitgewischt de grens tusschen het zedelijke en verstandelijke leven, door het ijveren voor een verzedelijking (ethisirung) der waarheid. En zoo nu ook uitgewischt de grens tusschen den Christus en zijn verlosten, door het vermenschelijken van het goddelijk subject in den Middelaar.
Dat kwaad, waaronder de kerk van Christus thans zoo bitter lijdt, en waarop in ons vorig hoofdstuk reeds gewezen wierd, moest hier in samenhang kortelijk uiteengezet, om de beteekenis van deze 33ste vraag in den Catechismus
Het
is
te
toch
vatten.
bij
deze Catechismusvraag volstrekt niet de
plaats,
om
gaan bewijzen, maar uitsluitend om de grenslijn zuiver te houden, waardoor ons kindschap van het Zoonschap des Zoons gescheiden ligt. Daarvan alleen handelt de persoon die in den
breedvoerig de Godheid des Zoons
te
Catechismus antwoordt, en hij trekt die grenslijn zeer juist zóó, dat hij den Middelaar toekent het natuurlijke, eeuwige Zoonschap en voor ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's