E voto Dordraceno - pagina 145
ZONDAG En
toch,
hoe volmondig
VII.
we
dit
controvers tegen Rome, twee punten
we
HOOFDSTUK
133
III.
ook toestemmen, toch zijn, in de onze vaderen onopgelost gebleven;
bij
bedoelen de zaligheid der kleinen, en de zaligheid der minbedeelden
van begrip. Bezien
we
Had onze
beide
iets
van naderbij.
kerk den kinderdoop verworpen en de harde gedachte uitge-
sproken, dat wie onbekeerd en ongedoopt
sterft,
verloren
is,
dan, natuurlijk,
had men ongestoord op de lijn der kennisse kunnen voortgaan. Immers men had dan gesteld, dat een kind te zijner tijd met de waarheid wordt bekend gemaakt; dat, na deze bekendmaking, het ingewrochte geloof zich op deze waarheid richten kan; en dat alleen zij gezegd kunnen worden daadwerkelijk te gelooven, die alsnu deze gekende waarheid omhelzen. Alle meer intellectueele richting onder de Gereformeerden (denk aan Prof. Doedes) is dan ook geëindigd met den kinderdoop te verwerpen.
Men
sluit
dan eenvoudig het oog voor de schakeeringen des levens, en
alle moeilijkheid vervalt.
Wie
echter dieper nadenkt, en met de Dordtsche vaderen belijdt,
dat
godvruchtige ouders ook van de zaligheid hunner vroeg gestorven lievelingen het beste verhopen mogen, die
stuit
hier
op
een
zeer
ernstig
bezwaar.
Zegt hij toch: „deze kinderen zijn buiten geloof gezaligd", waar blijft dan de waarheid, dat „wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden"; of ook zegt men: ,,neen, ook deze kinderen gelooven!" waar blijft men dan tegenover Rome met de onmisbare .„kennisse?" Gemeenlijk nu maakten onze godgeleerden zich hiervan af met de opmerking, dat zij uitsluitend van de volwassenen spraken, en dat voorts de Heere in zijn almachtige genade zijn eigen wegen voor de kleinen had. Intusschen voelden ze zelven wel, dat dit geen hout srieed. Wierden toch de kleinen buiten geloof zalig, dan wierd op zeer ongelegene wijze
Want immers, zoo een klein waarom dan een groot mensch ook
de vastheid der waarheid losgewrikt. er
En
buiten geloof kon komen,
kind niet?
dat eenmaal toegegeven, waar bleef dan de klem van heel de Heilige
Schriftuur?
Onze uitnemendste godgeleerden, gelijk Voetius en Rutherford, hebben daarom terstond dit kwaad zoeken te stuiten door de belijdenis, dat de Heere het werk der wedergeboorte meestal reeds voor den Heiligen Doop in de kleinen werkt, die verkoren zijn, en dat de Doop aan hen, als reeds wedergeboren, wordt toebediend; dat voorts het tweede leven, dat ook de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's