E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 555
Derde deel
7
XXXV. HOOFDSTUK
ZOND.
557
II.
en lichamelijk wezen Hem, als geestelijk Wezen, en dat door middel
zinlijk
van de zichtbare wereld,
De vraag aanwezig
nu maar, v/aarin zielkundig de zonde
is
tegen dit gebod
vijandschap
nature in
is,
die Hij zelf u toebetrouwde.
duidelyk
blijkt
uit het leven der
zonder onderscheid toch,
Schier
uitdrijft.
is
bestaat, die u
onderscheidene volkeren^
de beeldendienst bijna overal, zonder
afspraak, opgekomen; ook in de Christelijke religie drong ze,
onder gewijzigden vorm, door. En nu nog het hoogste, het heiligste af
te
van
Dat die zondige neiging
heelden,
menschen
is
de neiging,
het ook
zij
om zich
het ideale,
en op die beeltenisse in verrukking
waarneembaar. Nu
te turen,
onder schier
niemand
onderstellen, dat dit verschijnsel onder alle volken en door alle
eeuwen
alle
duidelijk
toeval of door gril zou zijn opgekomen.
bij
zoo algemeen
moet
is,
zijn
Een
zal
wel
verschijnsel, dat
noodzakelijke verklaring in onze menschelijke
natuur vinden. En wie dan op de Mahomedanen wijst als vertegenwoordigende een 150 millioen personen, die zich toch aan allen beeldendienst
dan
spenen,
bestrijding is
zij
geantwoord, dat juist de veerkracht die de Islam in de
van den beeldendienst moest ontplooien, een bewijs
te
meer
voor de taaiheid, waarmee de neiging tot beeldendienst in onze natuur
geworteld
Om
men
doet leert.
een
ligt.
nu op
dit alleszins
met
het best
bevreemdend verschijnsel
Het Tweede Gebod van God
beeld
vorm
in zijn scherpsten
maken. De afgoderij
te
licht te
doen vallen,
na te gaan, wat de Heilige Schrift over het beeld
is
verbiedt rechtstreeks
niet in dit tweede,
Tweede Gebod keert
het eerste Gebod bestreden. Dit
maar
in
zich dus niet tegen
maar tegen de neiging om een beeld van God ie maken. De leer van het Beeld Gods moet hier dus het noodige licht ontsteken. En desaangaande nu leert de Heilige Schrift, dat er wel terdege een Beeld de
afgoderij,
Gods
zijn
God
in
moet. Dit Beeld Gods toch
zijn
is
niets anders
goddelijk bewustzijn
eigen
wordt ook de Tweede Persoon zijner zelfstandigheid"
dan de voorstelling
van zichzelven
heeft.
die
Want wel
in de Drieëenheid het „uitgedrukte Beeld
genoemd, maar
dit heeft
Waarin
een anderenzin.
de Heilige Schrift van het Beeld Gods wordt gesproken,
Persoon bedoeld, maar het Beeld van God Drieëenig,
is
niet de
gelijk het
Tweede
Eeuwige
Wezen dit in zijn Goddelijk zelfbewustzijn voor zichzelven afspiegelt. Dit noemden onze oude godgeleerden dan ook zeer juist het archerypische Beeld Gods. tuur, in
den
God
mensch.
schapen,
d.
w.
z.
het Beeld Gods gelijk di^
zelven bestond.
Niet
de
Naar
dit
*" '
afgescheiden van alle crea-
Beeld Gods nu schiep God Drieëenig
wereld buiten den mensch
maar de mensch, en de mensch
staat dit nergens, en het gaat
7
is
naar Gods Beeld ge-
alleen. Zelfs
van de engelen ook geheel
van de engelen niet door. Dien
^ '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's