E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 226
Derde deel
ZOND. XXXfe. HOOFDSTUK
228 „tafel
III.
mag
der duivelen" tot de tafel des Heeren bekeeren zullen, en
ze
alleen degenen tot openbare belijdenis toelaten, die verklaren hiermee die
eeuwige levenskeuze openbare
de
tot
ring
om
God
zich tot
te
en
toelaten,
bekeeren, moet
zoo hij
God
zich tot
weg
alle
V
te
en
in,
zegt
Want
En
men dan
laat
mede
der heiligen op, werkt
de gemeenschap
en ontheiligt willens en wetens het Verbond. is
heilig
Avondmaal
alle
genade
Men
moet verkankeren
daarna
deed,
telken jare,
Avondmaal behoort
in het allerminst
dan heft men
een valsche belijdenis, de openbare
belij-
en een kerk die tot het hij
nog
buiten
den wortel. zeggen, dal een ieder die openbare
of
nog telkenmale, aan het
liever
te verschijnen.
Hiermee
is
toch, gelijk
men
ziet,
geen geringschatting van de heiligheid des Avondmaals
gemeenmaking van
noch een
in
we
versta ons dus niet mis, zoo
belijdenis heilig
tot
te zijn,
wie zelf er voor uit komt, dat
toelaat,
staat,
is
hout, een ploegen op
Immers
de toegang tot het heilig Avondmaal;
denis
dan
is,"
toch tot openbare belijdenis dezulken toe, die
zeggen nog owwedergeboren en dus nog owbekeerd 1
is
men den tegenonbekwaam om
wedergeboren
yiog niet
hij
vermaan krachteloos, een slaan op het doode
rotsen.
slaat
men: „Een gedoopte
bekeeren, overmits
niet
volhardt in zijn weige-
hij
vermaand, onder tucht gesteld
en ten leste buiten de gemeenschap gesloten. overgestelden
moet men
AVie dat niet doet,
te v^illen doen.
belijdenis
's;Heeren disch bedoeld;
maar
is
bedoeld,
dat niemand tot de openbare belijdenis zal worden toegelaten, dan die op
de vraag: „Hebt ge voor nu, en voor eeuwig, de keuze voor Jezus en tegen de wereld gedaan ?" onbewimpeld en van ganscher harte zeggen kan helpe
zoo
ik,
een
belijdenis
om
die
ieder,
gedoopt
toe te laten;
gedoopten,
leidt
die,
ons dus tot de slotsom, dat de
op
was, op zekeren
leeftijd tot
de openbare
en dat haar practyk veeleer zal moeten worden,
hun
'jaren
gekomen,
in
hun onbekeerlijk leven
voortvaren, buiten haar uitwendige gemeenschap te sluiten. Dit nu
zwakke punt der dit
de
punt,
„Ja,
hebben gehandeld, met, zonder keur des onderscheids,
kerken verkeerd schier
mijn God!" Dit
mij
:
kerkelijke tucht sinds de 17de
is
het
eeuw geweest; en het is
dat ten zeerste de aandacht der kerken verdient, zullen ze in
toekomst
niet
telkens
opnieuw
te
kampen hebben met ongeloof en
afval.
Wel zullen er ook dan nog altoos hyixjctieten in de kerken overblijven; maar wezenlijke hypocrieten zijn juist dezulken, die zeggen dat ze wel tot geloof en bekeering zijn gekomen, en dat het toch niet waar is. Daartegenover
nu staat de
kerk machteloos, evenmin
als de
Heere
zelf het
verhinderen kan, dat zijne vijanden zich geveinsdelijk onderwerpen. ^
Maar, en hierop
lette
men
wel,
een hypocriet verbreekt den regel
niet,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's