E voto Dordraceno - pagina 283
ZONDAG Ja, er
Al
is
XI.
HOOFDSTUK
271
IV.
moet meer worden gezegd. het onder ons, Gereformeerden,
gekomen, toch dient het oog
nog
niet tot heiligen-aanbidding
voor ontsloten, dat ook op Protestantsch terrein hetzelfde onkruid reeds weer begint op te schieten, waaruit Rome's dwaling ten deze voortsproot. En dat niet doordien Rome ze op ons erf overplantte. hart,
Dat
zoodra het
in feil
er
Neen maar doordien het menschelijk eeuwen en onder alle hemelstreken, steeds
het minst niet. gaat, in alle
met logische consequentie in dezelfde af dwalingen. vervalt. De vorm, waarin zulk een dwaling zich voordoet, moge uiteenloopen, maar de grondbedoeling van het hart blijft dan toch één. Het zijn en blijven dwalingen van dezelfde soort, familie en vertakking! In de Heilige Schrift wordt het aan de kerke Gods gedurig ingefluisterd, ingeprent en schier ingestampt, dat toch de Heere alleen groot moge geacht worden, en dat van elk menschenkind onder ons gelde: „Laat gijlieden dan af van den mensch, wiens adem in zijn neusgaten is, want waarin is achten!" of gelijk de Psalmist uitroept: „Immers
is ieder mensch dan ook, en noch in onze kerken, noch in de kerken die nog onder Rome's hiërarchie staan, zal er iemand zijn, die dit openlijk loochent. Maar komt ge nu op de practijk des levens, o, dan
hij
te
ijdelheid". Dit belijdt de kerk
bevindt ge het in
Rome
en
bij
ons, en zelfs in
eigen persoonlijke opinie zoo heel anders.
Dan
uw is
eigen huis en in uv/
de inbeelding die ver-
reweg de meeste, en soms vooral de onbeduidendste middelmatigheden van zich zelven hebben, grenzeloos. Dan vindt ge in de meeste kringen ten opzichte van familie en vrienden een onderlinge verheffing en verheerlijking, die voor elk buitenstaander lachverwekkend is. En dan vindt ge bij elk ongeval of voorkomende verlegenheid zulk een blind vertrouwen op menschen, en zulk een schamper wantrouwen jegens den Almachtigen God, dat een vroom en nuchter toeschouwer zich zelven afvraagt, of we ook in de omgekeerde wereld zijn. Dit kwaad nu sluipt ook ongemerkt in ons kerkelijk en godsdienstig leven in, zoodra de Bediening des Woords er niet ernstig en rusteloos tegen waarschuwt en de eerste beginselen er van niet als contrabande op de grenzen stuit. Toen het hier bedoelde kwaad dan ook pas in de Christelijke kerk begon op te komen, hebben de toenmalige leeraars zeer wel beseft, dat hiermee aan de eere Gods afbreuk wierd gedaan, om den mensch weer ten troon te verheffen,
maar ze
zijn er niet
aanhoudend genoeg,
zettend genoeg, niet met genoeg veerkracht tegen opgetreden.
niet door-
De nagalm
van dat verzet der leeraars valt thans nog in de beHjdenis der Roomsche kerk te beluisteren en wie zich mocht inbeelden, dat Rome in zijn ker-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's