E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 511
Derde deel
;
XXXIV5. HOOFDSTUK IL
ZOND.
Maar hoe waar
mensch
ook
dit
toch
zij,
bewust creatuur
als
maar
bezig,
met den
8e gebod niet opzettelijk
dit
is
513
bezig
met de
regeling van den
eigendom, en dus met het grijpbaar en tastbaar goed der aarde. En zoo het
is
de overige geboden.
al
bij
allen is wel het
Bij
bewuste creatuur in
den mensch ondersteld, maar de ordinantie zelve houdt er zich niet mee bezig.
Hier daarentegen lichaam,
uw
niet
naam
goeden
is
het
uw
huwelijk, niet
uw God
Zoo naakt mogelijk
staat.
en niets
dit
kracht behouden, en niets van zijn veerkracht verliezen
zijn volle
geboden dan hun toepasselijkheid voor u zouden ver-
terwijl alle overige
om
loren hebben. Of
weg
zijn;
uw uw
eerste_^ebod_raakt niet
rustdag, niet
Denk u voor een oogenblik de wereld weg, uw naaste weg, en niets heelal over, dan uw God en uw ziel, — dan nóg zou dit eerste
anders.
Gebod
uw
en zooveel meer, maar uitsluitend u zelven, gelijk ge als
bewust creatuur voor
in
dit wel het geval. Dit
eigendom, niet
het nog duidelijker te maken. Als ge gestorven zult
en tot op
uit deze wereld,
's
Heeren toekomst van
uw lichaam
afgescheiden; dan vallen eigenlijk alle overige voor u weg. Ge kunt dan
meer doodslaan, echtbreken,
niet
sabbathschennis, ontheiliging van
Maar
terwijl alsdan alle overige
stelen 's
enz.
Niet
meer beeldendienst,
Heeren naam plegen, en zoo veel meer.
geboden ophouden op u
gaat met u in den dood dat ééne groote gebod, dat
en
uw God
en den Heere
laten
te
God
niet in zijn bestaan als
werken,
God God
gij
blijft
zult
zult aanraden.
Als ik niets w^eet, dan dat ik een creatuur ben, en dus als een bewust
aan mijn eigen
creatuur
ontdekt wordt, heb ik terstond
zelf bewustzijn
het eerste gebod alleen. Niets dan dat ééne eerste Gebod,
ook in zijn verste strekking. Juist aanhef van
dit
hoofdstuk
Onder
„primordiaal"
afgaat,
aan
:
daarom noemden we
we wat aan
alle overige ordinantie
waarop het
het,
bij
bedenkt, dan dit ééne
:
dit
alle
ten grondslag
andere ordinantie voorligt,
en
bij alle
En
als
gebod aankomt. Als ge nog niets weet; niets
dat
het
uw
onafwijsbaar
noodzakelijk
bewuste creatuur voortvloeit. in volstrekten zin
van
Hem
dit eerste
existentie beheerschende ordinantie.
gebod dus op toevallig
dit
nu juist
„Ik ben een creatuur, en ik iveet dat ik het ben"
onder eenc heel
Zoo houdt
ondersteld
dit
dan staat ge reeds hierdoor onverwijld en onverbiddelijk onder
Gebod
dat gebod
gebod in den
de primordiale ordinantie van het beimiste creatuur
verstaan
wordt. Wilt ge, het fundament van alle overige geboden. is
maar
dit
is,
te zijn.
Ge
ziet
nu onmiddellijk,
en uit de schepping zelve van het
God kon geen creatuur scheppen, of het moest afhangen; en God kon in dit creatuur geen
bewustzijn inscheppen, of dit creatuur moest weten, dat het in alles van
God afhing en afhangen moest. En E
VOTO DORDR.
III,
dit
nu omgezet
in
.
gebodsvorm, 33
is
-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's