E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 62
Derde deel
;
XXVII. HOOFDSTUK IX.
ZOND.
64:
Toch kost het weinig moeite, om aan wing, die aan deze moeder-practijk de
nergens dat
en lezen we
zijn lenden,
in
droeg
van Sara, maar wel dat zaad Abrahams van
geslacht
het
voor
ligt,
luid der Heilige Schrift
maar Adam zyn nakomelingen
Ava,
den
den Doop ten grondslag
bij
kan bestaan. Xaar
Heilige Schrift niet
niet
\
toonen, dat heel de beschou-
te
Heere verkoren was. Nooit heet het Bondsvolk „de zonen van Lea"^
maar
of „de kinderen Rachels,"
geslachtsregisters wordt van de
De vrouw
de vader genoemd.
leen
altoos de kinderen Israëls. In bijna alle
moeder volstrekt gezwegen, en wordt
al-
de Heilige Schrift de vrachtbare
is in
akker die het zaad ontvangt, rijpen doet en de schoof draagt, maar des-
wege
niemand
zal
( weet
ooit zeggen, dat het
koren uit den akker komt,
maar
ieder dat het koren opschiet uit het in dien akker gestrooide koren-
zaad. Dienovereenkomstig en hiej-mee verband houdende, komt, naar luid
der Heilige Schrift, de vrouw dan ook nooit anders in het huwelijk voor^
^
dan
bijkomende
als
man
de
gemeente
der
bijzaak
En
is.
met de
stryd
den man.
bij
het hoofd der
is
vrouw
Heilige
in gelyken zin
dit zoo,
is
een „hulpe tegenover hem", en
Zij is
waarin Christus het Hoofd
hoe kan het dan anders dan geheel in
Schrift zijn,
om
in de kerke
Gods den vader
beschouwen, en de moeder op den voorgrond
te
als-
te laten treden.
Dat kon in een kerk die vergeten had, dat Christus het Hoofd der gemeen*
te
maar kan
is,
En
dan
slechts
als een „geloovige"
man, moet
loovigen"
\
in een kerk, die deze heerlijke
7iiet
zij
vrouw gehuwd
is
met een „onge-
en niet de „ongeloovige" het kind presenteeren.
of laten presenteeren. Iets waarbij „ongeloovig" dan natuurlijk alleen be-
teekent
:
iemand
toegelaten.
niet
die
De vraag
is
het heilig
tot
dus
gen willen. Dan toch zou,
niet,
der
is,
als de
gemeente
in de is,
gelijk
is
sommi-
grootvader leefde, altoos deze en niet is
het
niet.
De vraag
is
wie de va-
en eerst zoo de vader, en ook de moeder in kerkrechtelyken zin
geen „geloovige"
Het heffen is
Avondmaal
wie het geslachtshoofd
de vader moeten optreden. Maar zoo
^
waarheid weer be-
Het ééne hangt met het andere rechtstreeks saam.
lijdt.
is,
zelf ten
treedt de grootvader op.
Doop hangt
hier slechts zijdelings
mee samen. Wel Doop hefife was het een.
het altoos het natuurlijkst, dat de vader ook het kind ten
maar noodzakelijk wild
vreemde,
schiede.
Thans
is dit niet.
mits
het
echter,
Dat kan
slechts in
kerkelijken
weer
al
is
dwang de
of
moeder
tot regel ie
anders doen,
naam en
al
op last van den vader ge-
nu het ten Doop heffen door de moeder zulk een
taaiheid aan het uitstel van den
ook
iets
Doop
geeft, is het wenschelijk, niet
kerkeraadsbesluit, er
maken.
voorloopig nog
maar door zachte bij,
door
ovei:treding,
het heffen door den vader
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's