E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 335
Derde deel
ZOND.
XXXII. HOOFDSTUK
337
I.
eigen terrein, schiep op dat eigen terrein een breeden kring van Christelijke
werkzaamheden, en vormde zich een eigen denkbeeld van practyk, die meest in mijding en onthouding van streelen kan, gezocht wierd.
de
alsof
goede,
werken en de
Hiermee
is
wat
Christelijke
oog, oor en
mond
natuurlijk van verre niet bedoeld,
vrome Methodist, het gebod Gods en de leer der goede maar wat wel moet staan-
practijk des gebeds minachtte,
de gehouden
dat
is,
de leer der Dankbaarheid niet de eigenlijke
in
hij
practyk van het Christendom zocht.
Hieruit verklaart het zich dan ook, dat de Methodist ten onzent in veel Gereformeerde kringen ingang vond. Feitelijk toch kwam hij de eenzijdigheid van vele Gereformeerden ten
van het derde deel van den Catechismus
opzichte
mag
gezegd, dat in de leer der goede
van wie werken voor haar het zwaarte- ^y
en dat Ellende en Verlossing voor haar slechts dienst deden voorportaal, ora tot de goede werken te komen. Men beseft dit het
punt als
lag,
sterkst,
Want,
king,"
men
zoo
Ethischen sen.
op de geheel averechtsche verhouding, waarin de
let
rechtvaardigmaking en de heiligmaking tot elkander plaat-
de
ook
ja,
omdat de
spreken nog nu en dan van de
zij
alles,
„rechtvaardigma
-
Heilige Schrift hierop zulk een nadruk legt, en vooral de
(waaraan ze veel nader staan dan aan de Calvi-
Luthersche Reformatie nistische) dit
aan
het gevlei.
anders daarentegen stond hierin de ethische richting,
Geheel veilig
in
'
punt zoo op den voorgrond
dat de rechtvaardigmaking in
plaatst,
maar toch merkt men
hun schatting een post
is,
die
weinig meer dan pro memorie wordt uitgetrokken, terwijl de heiligmaking bij
hen het één en
al
is.
En
deze „heiligmaking" wordt dan nog meestal
opgevat niet als een genadige inwerking, als vrucht van Christus' kruis-
maar
meer
als
den Christus nader komen;
iets
verdienste,
veel
een
waardoor
zelflieiliging,
~
wij onzerzijds
waardoor in den grond geheel de
leer der
verlossing wordt ondermijnd.
Doch
zelfs
daarbij
blijft
het
Immers ook waar deze Roomsche
niet.
opvatting van de heihgmaking, en haar verwarring met de rechtvaardig-
making
veld
wint,
toch altoos het doel van deze „goede werken"
blijft
nog de „beërving der zaligheid". Er
is
dus nog altoos sprake van verloren
zondaren, die op die wijs zich inspannen,
om
het eeuwige leven te ver-
werven. Alles doelt dan nog op het winnen van de kroon, op het verwerven
van de
zaligheid.
Maar ook
dit liet
de ethische richting reeds lang
varen, toen ze de heiligmaking almeer deed ondergaan in het 's
„zedelijk
menschen
leven".
aanzijn.
Dat zedelijke leven
Wie
als zedelijk
door waarachtiglijk vroom, E VOTO DORDR.
III.
en
alle
is
wezen
wat ze noemt
haar het eigenlijke doel van tiert
vroomheid,
en bloeit
die
is
reeds daar-
aan deze vrucht niet 22
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's