E voto Dordraceno - pagina 445
ZONDAG
HOOFDSTUK
XVI.
II.
433
geboren
was, heeft in dit opzicht menigen sluier doen wegvallen En daarentegen die predikers, die thans weer in de oude, zuivere lijnen der vaderen en met kennis van zaken den plaatsbekleedenden borgtocht van Immanuël prediken, spreken kennelijk naar het hart van Jeruzalem, troosten het volk des Heeren, en brengen vreugde en vree!
Men houde
ons ten goede, dat we op dit gewichtig stuk eenigen nadruk gelegd hebben. Heel de schare van predikers, die de inspiratie van de Rijksuniversiteiten volgt, bestrijdt den borgtocht van Immanuël De meer oppervlakkige Methodistische predikers bederven dien borgtocht, door hem inspringend, in stede van plaatsbekleedcnd voor te stellen. En het is voornamelijk bij het vrome volk, dat nog als nawerking en late vrucht van de oude, degelijke, Gereformeerde prediking, de zuivere kloeke belijdenis van de plaatsbekleedende borgstelling kracht bleef oefenen. Nu hebben enkele vromen onder de predikers van de lippen van dit vrome volk de predikmg van deze volstrekte borgstelling weer overgenomen, maar vaak zonder haar ook theologisch en iiitlegkundig weer op te beuren 'uit haar smadelijke vernedering. En het is daarom, dat we ons verplicht hielden dit hoofdstuk onzer belijdenis eenigszins breeder toe te lichten. In Hebr VII 22 moest weer de vaste grond voor deze belijdenis worden aangewezen, en door de inspringende borgstelling uit te drijven, moest weer de troost in leven en in sterven in echt Gereformeerden zin uitkomen. :
Nog ons
IS
één punt voegen
we
hier aan toe.
Het betalen van Christus voor
figuurlijk uitgedrukt. In eigenlijken zin geschiedt betalen alleen
geld of goed.
Wie
betaalt
met
bloed of met den arbeid zijner
zijn
met ziel
doet het overdrachtelijk. Betalen is hier dus genomen in den zin van „de schuld kwijten". En het kwijten van schuld nu kan evenzeer m het uitbetalen van geld, het leveren van eenig goed, enz., als bestaan in het ondergaan van straf door lijden en dood. Dit voegen we er bij, omdat op dit punt de voorstelling op verre na
met altoos zuiver
loopt.
onze Schepper
was
Vooreerst toch was het schepsel aan God niet een private verplichting schuldig, maar stond tegenover zijn God als tegenover zijn Souverein. En gelijk nu een souverein recht heeft om cijns en tol van ons te vergen, zoo waren ook wij aan onzen God als zijn onderdanen schuldig onzen cijns en onzen tol. In de tweede plaats, omdat Hij niet enkel onze Souverein, maar ook is,
Hij
een slaaf aan zijn heer.
ook onze
En
gelijk
Bezitter, wien we toehooren, gelijk nu een slaaf aan zijn heer schuldig
is al zijn arbeid, al de vrucht van zijn moeite, zoo ook zijn wij Gode schuldig heel de toewijding van onze levenskracht en van onzen persoon.
£
Voto
I
28
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's