E voto Dordraceno - pagina 136
ZONDAG
124
ze liggen dan besluit
Dit
ik:
is
het zuigt de gave Christi niet
Zoo
ziet
men
HOOFDSTUK
1.
het echte (hei oprechte) geloof niet,
want
in.
dus, dat de Catechismus, wel verre van hier een onder-
werpelijk Arminianisme
des Heeren
VII.
legt,
loven, integendeel
te
zuiver de zake in de
hand
en keurig zich uitdrukt.
Er is dus niet alleen keur en schifting, maar die keur en schifting is van Gods vrij machtig welbehagen. Dat er schifting en keur is ziet men voor zijn oogen. Dat op verre na niet alle menschen zalig worden, is kennelijk voor wie niet ziende blind wil zijn. Denk maar aan de 1400 millioen die er op aarde leven, en waarvan er geen vierde deel gedoopt vierde deel, die
leeft,
is.
sterft,
Denk aan de onafzienbare massa onder zonder zich
om
dit
de zake des Koninkrljks ook
bekommeren. Zeg zelf of er iemand is, die ooit ergens in een groote stad ook maar één verloste des Heeren op de tien ontmoet heeft. En als dan het droeve cijfer de ontzettende tegenstelling geeft van stellig 1000 millioen op de 1400 millioen, die geheel buiten Christus wegsterven; hoe ter wereld wil men dan toch volhouden, dat het een Christus pro omnibus of in Christus een zaliging van alle menschen zou zijn. Keur en schifting kan men dus niet wegcijferen; en dit doet men dan ook niet. Alleen is nu maar de vraag: Wie en wat bepaalt deze keur? En dan is slechts drieërlei denkbaar: Het toeval, de wil van den mensch of de wil van God.
maar eenigszins
Aan
te
men zich voorstelt, dat dit eigenlijk maar zoo zwevend weg, haast onverklaarbaar, men weet niet recht hoe, beslist wordt. Een gansch verachtelijke voorstelling, alsof ooit de eeuwige zaligheid hangen kon aan minder dan een spinrag. Blijft dus alleen de wil Gods of de wil des menschen. Zegt men nu: aan het toeval verblijft deze keur, als
door geen bepaalden
wil,
den wil des menschen, dan onderstelt dit dus de mogelijkheid, dat alle menschen de zaligheid venvorpen hadden; dat er dus geen kerk zou geweest zijn; dat er derhalve geen Godsrijk zou zijn gekomen; dat het Vaderhuis eeuwig leeg zou zijn gebleven; en dat God de Heere in het eind beschaamd zou hebben gestaan over zijn uitgebrande en mislukte schepping. En daar dit nu niet kan, niet denkbaar is, en alle kennisse Gods weerspreekt en omverwerpt, zoo houden we het met den Catechismus, dat de keur en schifting alleen aan den wil des Heeren hangt. Hoe, dat zien we bij Vraag 21, handelende over het geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's