E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 254
Derde deel
256
XXXI. HOOFDSTUK
ZOND.
hem
op eenigerlei wijze misgaan had; en
II.
niet vrij te laten
eer
voor
hij
deze zonden vergeving had gevonden; zelfs voor de zonden tegen het
alle
wat dan vanzelf met
„Gij zult niet begeeren". Iets
een
worden
en
ingesteld,
tevens
zich bracht, dat thans
van iedere
onderzoek naar de gesteldheid
inquisitoriaal
ziel
moest
de openbare bestraffing en verzoening
dat
uitzondering werd, en meest geheel de zaak der boete tusschen den boeteling
den
en.
priester
ook
heerschte
het verborgene moest worden afgedaan.
in
nog de overtuiging,
aanvankelijk
hierbij
Lombardus nog, dat een
zelf
dan uitspreken, dat
priester niets anders doet.
hem vergeven
de teekenen van ware boetvaardigheid, als bewijs dat God heeft, ^
den schuldige aanwezig
in
denkbeeld
bij
hem
alleen
door deze
echter
het
te krijgen;
volbrengen,
te
van
den
zelf verhalen,
op aarde,
'Izij
van
waarlijk verlost was.
priester
nog altoos
Ook
hij
hij
hierbij bleef
komtu
u te weinig oplegt, moet ge
in het vagevuur. zijn
weg nog
Er moest aan den priester een volstrekte macht in
had afgeloopen.
zake der zondevergeving toekomen, zou metterdaad de priester een
de
^
om
zoodat Petrus
feilbaar,
Het lag intusschen voor de hand, dat men ook hiermee niet
eeuwigen
zijn
priester u te veel oplegt,
God ten goede, en wat
'tzij
is
volbrengen heeft,
boetedoeningen oplegde, en dat
Lombardus dan ook oordeelde: Wat de als verdienste bij
te
nu allengs het
er
en zoo ontstond dan de theorie, dat
daarvoor bepaalde
oordeel
vrij
werken van boete
allerlei
zün zonde geheel weg de priester
nu wel
op, dat de vrijgesprokene
doem, maar toch nog
komt
Slechts
zijn.
Toch Petrus
bij
macht
in
nadruk
op, dat
kerk
de
Daarom
blijven.
men wel
te
legde
Hugo van
St.
Victor er reeds
onderscheiden heeft tusschen de verharding die
hstSiY eeuwige schuld. De eerste nu kon, naar zijn beweren, God breken, en moet dus voorafgaan, maar de vrijspraak van de eeuwige straf gaf de priester, en dat in onfeilbaren zin. Hij was dan ook
de zonde werkt én
alleen
van God
God hem op dan had
hij
schelding
De
hem had
besteld. In
die wijze door
hem
den priester de eeH?/;i^esfr«/ kwijtgescholden,
ook geen eeuwige straf meer
er
van gezocht had
dan
priester verandert
En had
de schuldige Gods orgaan te zien.
ter plaatse,
te
duchten, omdat
die
God hiervoor
zijn eeuwige straf in
een
hij
de kwijt-
besteld had.
tijdelijke straf,
en legt
uit dien hoofde boete op.
Toch vond ook
dit
Thomas van Aquino schiep,
door
dien
gevoelen geen algemeenen ingang, en
die
hij
ook in dezen chaos van
eenerzijds
de
vergeving
allerlei
is
het eerst
meeningen orde
van zonde weer
tot
God
teruggebracht en toch anderzijds de uitwerking van de priesterlijke daad absoluut
gemaakt
God de zonde
heeft.
Hij
gaat daartoe uit van de stelling, dat alleen
vergeeft en vrijspreekt
van de eeuwige
straf,
en
dit
doet op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's